Gedeputeerde Staten toetsen de overeenkomstig artikel 2 berekende geurimmissie vanwege de bron of bronnen, waarbij de daaraan toegekende hedonische waarde is betrokken, aan de in de volgende tabel gegeven geurimmissie-waarden (streef-, richt- en bovenwaarden) voor de gebiedscategorieën ‘wonen’ en ‘buitengebied’ (A) of voor de gebiedscategorie ‘werken’ (B). De getallen geven geurconcentraties weer (geureenheden per m3) en zijn aangeduid als 98-percentielwaarden.
Wonen/buitengebied (A)
Werken (B)
aard van de geur
streef-waarde
richt-waarde
boven-
waarde
streef-
waarde
richt-waarde
boven-
waarde
zeer hinderlijk
0,1
0,3
1
0,3
1
3
hinderlijk
0,3
1
3
1
3
10
minder hinderlijk
1
3
10
3
10
30
niet hinderlijk
3
10
30
10
30
100
De geur wordt daarbij als volgt beoordeeld aan de hand van de hedonische waarde:
wanneer proefpersonen aan een geur bij de volgende concentraties een hedonische waarde -2 toekennen (VDI 3882, Blatt 2)
wordt de geur beoordeeld als:
<3 ge/m3
zeer hinderlijk
3 - 10 ge/m3 (standaard)
hinderlijk
10 - 30 ge/m3
minder hinderlijk
>30 ge/m3
niet hinderlijk
Bij niet-continue bronnen toetsen Gedeputeerde Staten de geurimmissie aan de waarde van meerdere percentielen. De bij toetsing gebruikte waarden voor een standaard geur zijn in onderstaande tabel opgenomen voor veel gebruikte percentielen. De getallen geven geurconcentraties (geureenheden per m3) aan. De relatief hoogste waarde van enig percentiel van de berekende geurbelasting geldt als maatgevend. Dit met uitzondering van de 99,99-percentiel, die wordt altijd slechts als indicatief bij de beoordeling betrokken.
Wonen/buitengebied (A)
Werken (B)
Percentielwaarde
streef-waarde
richt-waarde
boven-
waarde
streef-
waarde
richt-waarde
boven-
waarde
95
0,2
0,6
2
0,6
2
6
98
0,3
1
3
1
3
10
99,5
0,6
2
6
2
6
20
99,9
1,2
4
12
4
12
40
99,99
3
10
30
10
30
100
Artikel 4.2