**1..** Het College gaat op verzoek van belanghebbende over tot kwijtschelding van het restant van de vordering in de volgende gevallen:
wanneer de vordering is ontstaan door het niet nakomen van de inlichtingenverplichting. En de schuldenaar gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichting in maandelijkse termijnen heeft voldaan;
wanneer op grond van artikel 18a van de Participatiewet of artikel 20a IOAW en IOAZ naast de terugvordering een bestuurlijke boete is opgelegd, kan niet eerder tot kwijtschelding worden overgegaan. Is de bestuurlijke boete voldaan? Dan kan er een verzoek ingediend worden;
de onder a genoemde termijn van tien jaar geldt ook voor geldschulden die het gevolg zijn van een eerder verstrekte geldlening op grond van het bepaalde in artikel 48 tweede lid, aanhef en onder a tot en met d, van de Participatiewet;
in de overige gevallen: Wanneer de schuldenaar gedurende drie jaar volledig aan zijn betalingsverplichting in maandelijkse termijnen heeft voldaan;
de schuldenaar heeft, in de in onderdelen a tot en met d genoemde gevallen, gedurende de genoemde jaren niet volledig aan zijn betalingsverplichting voldaan, maar heeft alsnog het achterstallige bedrag over die jaren betaald, verhoogd met in rekening gebrachte kosten van invordering.
**2..** Het college kan de geldschuld bij een vordering voor het geheel of voor het restant kwijtschelden in de volgende gevallen:
de schuldenaar heeft gedurende vijf jaar geen betalingen verricht en het is niet aannemelijk dat deze op enig moment aan zijn betalingsverplichting zal voldoen;
de onder a genoemde termijn is tien jaar, indien sprake is van een vordering zoals bedoeld in het eerste lid onder a of onder c;
de schuldenaar lost in één keer een bedrag op de geldschuld af ter hoogte van tenminste 50 procent van het restant van de geldschuld.
**3..** De kwijtschelding op grond van het eerste en tweede lid bestaat niet voor geldschulden die gedekt zijn door een zakelijk recht als pand of hypotheek.
**4..** Het college is niet verplicht om in de in het eerste lid genoemde gevallen tot kwijtschelding over te gaan, als de schuldenaar kan beschikken over vermogen dat gebruikt kan worden of vermogen waarover de schuldenaar binnen een redelijke termijn kan gaan beschikken. Bij de vaststelling van dat vermogen wordt rekening gehouden met het gehele vermogen zonder aftrek van de geldschulden die voor kwijtschelding in aanmerking zouden kunnen komen.
**5..** Het college besluit niet tot kwijtschelding indien belanghebbende in de periode van vijf jaar voorafgaande aan het verzoek tot kwijtschelding, herhaaldelijk, in ieder geval meer dan 1 keer, verwijtbaar, niet, niet tijdig of niet volledig aan zijn inlichtingenplicht heeft voldaan dan wel aan zijn aflossingsverplichtingen.
Hoofdstuk 2:
Artikel 4:
Kwijtschelding restant geldschulden
Onderdeel van Beleidsregels terugvorderen uitkeringen Opsterland 2022