Een inwoner moet voldoen aan een aantal voorwaarden om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand. Die voorwaarden staan in de wet, vooral in de artikelen 15 en 35. De belangrijkste voorwaarden benoemen we hier in het kort.
1.3.1 Geen beroep op een andere voorziening kunnen doen
De inwoner kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand, als géén beroep kan worden gedaan op een andere (voorliggende) voorziening. Het gaat om een voorziening die toereikend (voldoende) en passend in de kosten van de inwoner voorziet en daarom voorgaat op bijzondere bijstand (art. 15 van de wet). Die voorziening moet de inwoner dan eerst aanvragen. Als de kosten volgens die voorziening niet noodzakelijk zijn, dan kan de inwoner voor die kosten ook geen bijzondere bijstand ontvangen.
1.3.2 Aanvraag vooraf indienen
De inwoner moet een aanvraag bij de gemeente in principe indienen voordat de kosten zijn gemaakt. Een aanvraag kan worden ingediend tot en met drie maanden na het kalenderjaar waarin deze kosten zijn gemaakt.
1.3.3. Noodzakelijke kosten en bijzondere omstandigheden
De kosten moeten noodzakelijk zijn en het gevolg zijn van bijzondere omstandigheden (art. 35 lid 1 van de wet). Of dit zo is bepaalt de gemeente per geval, maar voor sommige kosten nemen we dat altijd aan. Die kosten noemen we hieronder in hoofdstuk 4. We geven dan ook aan welke bijzondere regels daarvoor gelden.
1.3.4 Te weinig draagkracht
De inwoner kan pas in aanmerking komen voor bijzondere bijstand als hij de kosten niet zelf kan betalen. In hoofdstuk 2 wordt uitgelegd wanneer de inwoner de kosten zelf moet betalen.
1.3.5 Kosten niet door eigen schuld
Als de inwoner de kosten zelf heeft veroorzaakt, dan kan de gemeente besluiten om de bijzondere bijstand af te wijzen, te verlagen dan wel als lening te verstrekken. Dat wordt per situatie bepaald.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
Voorwaarden
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand van de gemeente Noordenveld