**1..** Het college verleent aan verzoeker alleen schuldhulpverlening als zij dit noodzakelijk acht. Indien de noodzaak niet aanwezig wordt geacht door het college, kan een aanvraag worden geweigerd.
**2..** Het college bepaalt de noodzaak en de vorm waarin de gemeente schuldhulpverlening aanbiedt, op grond van:
zwaarte en/of omvang van de schulden;
psychosociale situatie;
houding en gedrag van verzoeker (motivatie);
een eventueel eerder gebruik van schuldhulpverlening.
**3..** De schuldhulpverlening kan bestaan uit (een combinatie van):
Informele ondersteuning en/of budgetadvies geboden door een met dit doel opgeleide vrijwilliger.
Budgetbeheer. Het beheren van het inkomen van de verzoeker en het verrichten van betalingen volgens een vastgesteld budgetplan.
Aanvraag ( breed) Moratorium. Bij bedreigende schulden kan het college met spoed een verzoekschrift bij de rechtbank indienen voor een moratorium.
Wsnp. Het college geeft een verklaring af (volgens artikel 285 lid f Wsnp). Hierin staat waarom er geen buitenrechtelijke schuldenregeling mogelijk is en wat de verzoeker af kan lossen.
Betalingsregeling. Het college bemiddelt tussen de schuldenaar en zijn schuldeiser(s) volgens de richtlijnen van de NVVK. Het doel is een minnelijke regeling van de totale schuldenlast te realiseren.
Schuldregeling. Deze kan bestaan uit twee vormen:
Schuldbemiddeling;
of Schuldsanering.
**4..** Wanneer het college een product wil aanbieden dat geleverd wordt door de kredietbank, zijn zowel college als verzoeker ten aanzien van dit product gehouden aan het beleid van de kredietbank en de gedragscodes van de brancheorganisatie NVVK waaraan de kredietbank zich conformeert.