Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 21

- Inrichtingskosten statushouders

Onderdeel van Richtlijnen tegemoetkoming bijzondere kosten gemeente Altena 2022

1.. Een statushouder die voor de eerste maal een zelfstandige woning gaat bewonen, komt in aanmerking voor een bedrag voor het inrichten van diens woning. 2.. Het toe te kennen bedrag als bedoeld in het eerste lid is afhankelijk van de omvang van het huishouden. De bedragen zijn per huishouden maximaal als volgt en worden jaarlijks ambtelijk geïndexeerd op basis van het prijsinflatiecijfer woninginrichting van het CBS: Aantal personen Bedrag per 1 januari 2019 1 persoon, kamerbewoner € 1.850 1 persoon, zelfstandig wonend € 3.600 2 personen, echtpaar € 5.150 2 personen, geen echtpaar € 5.650 3 personen € 6.150 4 personen € 6.650 5 personen € 7.200 6 personen € 7.700 Meer personen, per persoon extra € 500 3.. Het toe te kennen bedrag als bedoeld in het eerste lid bestaat uit een lening en uit een bedrag aan bijstand om niet. Hierbij wordt de lening als voorliggend aangemerkt. 4.. De lening als bedoeld in het derde lid wordt afgesloten bij de Kredietbank. De hoogte van de lening wordt vastgesteld op 36 maanden maal het aflossingsbedrag als genoemd in artikel 12, eerste lid. 5.. Op de lening als bedoeld in het vierde lid worden de kosten van het afsluiten van de lening en de te betalen rente gedurende de looptijd van 36 maanden in mindering gebracht. Het bedrag van de lening dat resteert na aftrek van voorgaande wordt in mindering gebracht op het bedrag als bedoeld in het tweede lid. Dit bedrag wordt verstrekt als bijstand om niet. 6.. De betrokkene dient het bedrag aan te wenden voor inrichtingskosten. Daartoe behoort de inboedel van de woning, maar ook fietsen, een computer etc. mogen van het bedrag aangeschaft worden. De betrokkene heeft hierin een grote mate van vrijheid. Het is mogelijk om ook tweedehands goederen aan te schaffen. 7.. Betrokkene hoeft geen gedetailleerde facturen, bonnen etc. te overleggen van de aangeschafte goederen. Per steekproef kan de gemeente een controle uitvoeren naar de besteding van het bedrag. Betrokkene dient de facturen van aangekochte goederen gedurende drie jaar te bewaren. 8.. Wanneer betrokkene binnen drie jaar na ontvangst van het bedrag als bedoeld in het eerste lid een aanvraag indient voor duurzame gebruiksgoederen, wordt deze aanvraag afgewezen. Het argument hiervoor luidt dat betrokkene van het bedrag de noodzakelijke goederen dient aan te schaffen. Wanneer betrokkene er bijvoorbeeld voor kiest een dure tv aan te schaffen en daarnaast een tweedehands, oude wasmachine, wordt gedurende de periode van drie jaar geen vergoeding verstrekt wanneer de wasmachine kapot gaat. 9.. Lid 8 van dit artikel is ook van toepassing op een verstrekking als bedoeld in artikel 20A.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel