Naar hoofdinhoud
De lokale toegang onderzoekt in een gesprek of gesprekken met de jeugdige of zijn ouder of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder ontoereikend zijn om hulp, zorg en ondersteuning aan de jeugdige te bieden naar aard en omvang voor de tijdens het gesprek of gesprekken vastgestelde problemen en stoornissen. De lokale toegang en de jeugdige en/of zijn ouders leggen de uitkomsten van het gesprek en eventuele andere informatie vast in een perspectiefplan dat door de professional van de lokale toegang, de jeugdige en/of zijn ouders ondertekend wordt. In het perspectiefplan worden afspraken opgenomen over de wijze en het moment waarop de resultaten van het perspectiefplan met de jeugdige en/of zijn ouders, de lokale toegang en de jeugdhulpaanbieder worden geëvalueerd. Als de jeugdige en/of zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt de lokale toegang dat als eerste bij het gesprek. De lokale toegang verzamelt voorafgaand aan of tijdens het gesprek in overleg met de jeugdige of zijn ouders de noodzakelijke en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie. De jeugdige en/of zijn ouders verstrekken aan de lokale toegang voorafgaand aan of tijdens het gesprek alle overige gegevens, die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. Het ondertekende perspectiefplan, dan wel de weergave ervan in een gespreksverslag, wordt door de lokale toegang opgeslagen in de eigen administratie. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van het perspectiefplan en de wijze waarop het gesprek zoals bedoeld in dit artikel gevoerd wordt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel