Een mandaat wordt niet gebruikt:
Als artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is;
Als de schijn van vooringenomenheid of belangenverstrengeling wordt gewekt;
Als de (onder)gemandateerde een particulier belang heeft bij het gebruik van het mandaat;
Als voor wat betreft de in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g of h van de Gemeentewet genoemde bevoegdheden als de uitoefening daarvan ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente;
Om van geldend beleid af te wijken.