Doelstellingen sanctiestrategie horeca
De doelstellingen van de sanctiestrategie horeca zijn:
dat de uitvoering van de handhaving zal leiden tot een beter naleefgedrag met als resultaat een grotere leefbaarheid, veiligheid en gezondheid;
dat de handhaving in beginsel in alle gevallen gelijk en uniform wordt uitgevoerd;
dat burgers, bedrijven en instellingen weten welke middelen worden ingezet voor de handhaving en dat de gemeente daar verantwoording over aflegt.
Communicatie
Handhaving vindt plaats aan de hand van een helder stappenplan. De sanctiestrategie wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad op www.overheid.nl en op de website van de gemeente Purmerend. Hierdoor zijn de ondernemers op de hoogte van de consequenties van overtredingen.
Bestuurlijke waarschuwing
Bij overtredingen in de categorieën 2, 2a, 3 en 4 wordt bij een eerste constatering van een overtreding eerst een bestuurlijke waarschuwing gegeven (stap 0). Bij de tweede constatering binnen een jaar wordt een bestuurlijke maatregel opgelegd. Tegen de waarschuwing staat geen bezwaar en beroep open, omdat dit geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Bij overtredingen in de categorie 1 en 3a wordt direct bestuursrechtelijk opgetreden.
Bestuurlijke boete
De wettelijke grondslag van de bestuurlijke boete is gelegen in afdeling 5.4 van de Awb, de artikelen 44a en verder van de Alcoholwet en artikel 35c Wok. De bestuurlijke boete zetten wij in om een zogenaamd lik-op-stukbeleid te kunnen voeren op overtredingen die zo ernstig zijn dat we daar meteen tegen willen optreden. Door een directe consequentie (financiële prikkel) te verbinden aan een overtreding wordt het naleefgedrag vergroot.
De bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie. Dit betekent dat een aantal waarborgen, zoals de plicht tot het geven van cautie (horen), gelden wanneer de burgemeester voornemens is een bestuurlijke boete op te leggen. In de bijlage van het Alcoholbesluit zijn regels opgenomen over de hoogte van de boete. De hoogte van de bestuurlijke boete voor overtredingen van de Wok zijn bepaald aan de hand van de bedragen van de van toepassing zijnde categorieën zoals bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Toepassen bestuursdwang
De last onder bestuursdwang wordt opgelegd wanneer sprake is van een ernstige en spoedeisende overtreding en de overtreder zelf niet in staat of bereid is de overtreding te beëindigen of ongedaan te maken. Voor zover in de stappenplannen een last onder bestuursdwang is opgenomen, is sprake van een besluit waarin een termijn wordt gegeven waarbinnen de inrichting de exploitatie moet beëindigen of dat de drank direct verwijderd moet worden en anders in beslag wordt genomen. Wordt aan de last niet voldaan, dan wordt de inrichting door de burgemeester gesloten.
Indien een situatie zo spoedeisend is, dat een besluit niet kan worden afgewacht, kan terstond bestuursdwang worden toegepast, maar wordt zo spoedig mogelijk nadien alsnog een besluit van bestuursdwang opgemaakt. De wettelijke grondslag is gelegen in artikel 125 van de Gemeentewet en afdeling 5.3 van de Awb.
Hersteltermijn/begunstigingstermijn
Daar waar een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang wordt opgelegd, dient op grond van artikel 5:24 en 5:32a van de Awb een termijn te worden gesteld waarbinnen de in het besluit voorgeschreven herstelmaatregelen kunnen worden uitgevoerd. Na afloop van die termijn is toepassing van bestuursdwang mogelijk en wordt de dwangsom verbeurd. De gemeente Purmerend hanteert een hersteltermijn/begunstigingstermijn van twee weken.
Verjaring
Voor het stappenplan geldt dat een volgende stap wordt gezet wanneer binnen een jaar na een vorige constatering en/of overtreding opnieuw een overtreding plaatsvindt. Een overtreding blijft vijf jaar meetellen. Vindt een overtreding binnen vijf jaar na de vorige overtreding plaats, maar is de vorige keer langer dan een jaar geleden, dan wordt de handhavingsstap herhaald.
Overigens worden de maatregelen per ondernemer toegepast. Indien een ondernemer zijn onderneming tussentijds overdraagt en geen zeggenschap meer heeft over de onderneming en de nieuwe ondernemer een overtreding begaat, dan volgt eerst een bestuurlijke waarschuwing.
Zienswijze
Voorafgaand aan een besluit tot het nemen van een bestuurlijke maatregel worden belanghebbenden (zoals de alcoholverstrekker of horeca-exploitant) uitgenodigd voor een zienswijzengesprek. Uiterlijk twee weken voor aanvang van het zienswijzengesprek ontvangen de belanghebbenden een schriftelijke uitnodiging. Tijdens het zienswijzengesprek worden de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld zijn of haar reactie te geven over het voorgenomen besluit. De belanghebbenden kunnen zich hierbij laten vertegenwoordigen door een gemachtigde.
Belangenafweging besluit
Op basis van het voorgenomen besluit en eventueel ingediende zienswijzen weegt de burgemeester in zijn besluitvorming over het treffen van een bestuurlijke maatregel het belang van de belanghebbenden af tegen het belang dat het overtreden artikel beoogt te beschermen.
De burgemeester weegt in zijn belangenafweging ook eventuele verzachtende of verzwarende omstandigheden mee. Van verzachtende omstandigheden is bijvoorbeeld sprake als de betrokkene in het verleden geen overtredingen heeft begaan, hij/zij uit eigen beweging maatregelen neemt ter beëindiging van de overtreding of voorkoming van overtreding in de toekomst. Verzwarende omstandigheden kunnen zijn:
Meerdere overtredingen begaan;
Omvang eventuele gevolgen van de overtreding;
Vermoedens van verwijtbaar gedrag.
Besluit
Uiteindelijk resulteert de belangenafweging in een besluit. Indien een belanghebbende het niet eens is met het besluit, kan hij/zij binnen zes weken na de dag van verzending van het besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de burgemeester. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en bevat tenminste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar.
Een bezwaarschrift schorst de werking van het besluit niet. De belanghebbende kan de voorzieningenrechter verzoeken een voorlopige voorziening te treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voorwaarde is dat verzoeker ook een bezwaarschrift heeft ingediend. Een verzoek moet worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht van de Rechtbank Noord-Holland, Afdeling bestuursrecht, onder vermelding van voorlopige voorzieningen, Postbus 1621, 2003 BR Haarlem.
Afwijken van handhavingstabellen
In specifieke situaties kan gemotiveerd worden afgeweken van de voorgestelde stappenplannen, termijnen en handhavingsinstrumenten. Op grond van artikel 4:84 Awb moet de burgemeester overeenkomstig de handhavingstabellen handelen, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen. Er zal altijd worden bekeken of de toe te passen stap of maatregel evenredig en noodzakelijk is en of er wellicht een ander meer geschikt instrument voorhanden is. Indien de burgemeester van de regels afwijkt, moet dit gemotiveerd worden.