De minima effectrapportage (MER) geeft inzicht in de begrotingen van huishoudens. In het armoedebeleid gaan we vooral in op de huishoudens waar deze begroting niet sluitend te krijgen is. Voor een aantal situaties geldt dat een hoger inkomen ertoe leidt dat het saldo op de begroting lager ligt, dit wordt de zogenaamde armoedeval genoemd. Deze situatie doet zich voor bij de alleenstaande met oudere kinderen en echtparen met kinderen en huishoudens met een zorgvraag bij inkomens op 130% door het wegvallen van de minimaregelingen en het verminderen van landelijke toeslagen.
In de minima effectrapportage zijn genormeerde huishoudtypen onderzocht, ervan uitgaande dat er geen verdere schulden of afbetalingsverplichtingen zijn. In veel gevallen waarin al sprake is van een tekort op de maandelijkse begroting, zal wel degelijk sprake zijn van een lening of betalingsregeling. Ook wordt ervan uitgegaan dat er geen huisdieren aanwezig zijn en geen kosten gemaakt worden voor roken.
Voor sommige huishoudens is er slechts een klein positief saldo op de maandbegroting na het basispakket of restpakket, wat inhoudt dat in de praktijk deze huishoudens makkelijk in de problemen komen wanneer er sprake is van schulden die moeten worden afbetaald, of wanneer zij worden geconfronteerd met grote onvoorziene uitgaven of wanneer zij in een te dure woning wonen.
Vroegsignalering van schulden en betalingsachterstanden en gebruik van beschikbare toeslagen en minimaregelingen is voor deze groep van groot belang om het hoofd boven water te kunnen houden.
AOW-gerechtigden zijn blijkens de MER in staat om de begroting rond te krijgen, maar tegelijk is deze groep vaak niet meer in staat om het inkomen te verhogen en weten we uit de armoedemonitor van het SCP dat het aantal ouderen met een laag inkomen toeneemt.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2.
Artikel 3.2.3.
Aandachtspunten bij de uitkomsten MER
Onderdeel van Beleidskader armoede en schulden Gouda 2017-2020