Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.2.

Sociaal-medische urgentie

Onderdeel van Beleidsregel urgentieregeling gemeente Haarlemmermeer 2022

Inleiding Om in aanmerking te komen voor een urgentieverklaring om medische en/of sociale redenen zoals bedoeld in artikel 2.5.8a van de verordening, moet er sprake zijn van een zeer ernstige bedreiging van de lichamelijke en/of sociale-psychische gezondheid als gevolg van de huidige woonsituatie. In onderstaande situaties kan er sprake zijn van een dergelijke bedreiging: ernstige medische beperkingen; dakloosheid of dreigende dakloosheid van een huishouden waarvan minderjarige kinderen deel uit maken; geweld of bedreiging. Voor alle gevallen zijn ook de in artikel 2.5.5 genoemde algemene weigeringsgronden van toepassing. Ernstige medische beperkingen Een situatie waarbij de lichamelijke en/of sociaal-psychische gezondheid van de aanvrager of één of meer leden van het huishouden aantoonbaar wordt bedreigd als gevolg van de huidige woonsituatie. Dakloosheid of dreigende dakloosheid van een huishouden waarvan minderjarige kinderen deel uit maken Dakloosheid of dreigende dakloosheid met minderjarige kinderen is op zichzelf staand geen reden voor urgentie, tenzij aantoonbaar sprake is van ernstige bedreiging van de lichamelijke en/of sociaal-psychische gezondheid van een of meer gezinsleden van het huishouden als gevolg van de woonsituatie. In het kader van de beoordeling van de urgentieaanvraag kan een kind slechts tot één huishouden behoren. Minderjarige kinderen worden na relatiebreuk toegerekend aan het huishouden van de ouder die over woonruimte beschikt. Dat wil zeggen dat indien na relatiebreuk één van de ouders over passende woonruimte beschikt de kinderen niet als dakloos worden beschouwd, zulks ongeacht de afspraken over de verdeling van de kinderen in een beschikking, convenant of (co-) ouderschapsplan. Indien de ouder die over woonruimte beschikt via een gerechtelijke uitspraak het ouderlijk gezag is ontnomen of de kinderen niet heeft erkend, kunnen de kinderen wel in de boordeling van de urgentieaanvraag worden meegenomen. Verder kan, wanneer sprake is van ontbinding van een huwelijk of samenwoningsrelatie, waarbij de kinderen deel gaan uitmaken van het huishouden van één van de (ex-)partners alleen een urgentie verleend worden als voldaan is aan volgende voorwaarden: aangetoonde dagelijkse zorg over de kinderen die bij de betreffende ouder in de BRP staan geregistreerd; de samenwoning in de regio bestond minimaal twee jaar; de samenwoning is korter dan zes maanden geleden verbroken; als er geen echtsscheidingsvonnis is, moet het verbreken van de relatie zijn aangetoond; een rechtelijke uitspraak waarbij de aanvrager is opgedragen de echtelijke of gemeenschappelijke woning te verlaten. Onevenredig hoge woonlasten Van een dreigende dakloosheid kan sprake zijn als een huishouden door overmacht niet meer in staat is om aan de hoge woonlasten te voldoen. Bij de beoordeling of de woonlasten te hoog zijn wordt een door de gemeente verstrekte bijzondere bijstand in de woonlasten meegenomen in de beoordeling. Geweld of bedreiging Een levensbedreigende situatie door stelselmatig geweld of bedreiging maakt dat sprake kan zijn van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor op grond van artikel 2.5.8a lid 2 sub c, een urgentieverklaring verleend kan worden: Het kan daarbij gaan om stelselmatig geweld of bedreiging van een huisgenoot of door een ander dan een huisgenoot. In deze situatie zal aangetoond moeten zijn dat een opgelegd c.q. op te leggen straatverbod, huisverbod of contactverbod niet voldoende veiligheid biedt, om de aanvrager in de huidige woning te laten blijven wonen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel