Indien een verzoek in strijd met artikel 2 is ingediend, dan wordt de indiener van het verzoek in de gelegenheid gesteld het verzoek op de juiste wijze in te dienen, gedurende zeven dagen na verzending van het verzoek om aanvulling.
Een verzoek om aanvulling als bedoeld in het eerste lid, wordt aan de indiener per post gestuurd aan het adres waarop deze staat in geschreven in de basisregistratie personen als bedoeld in de Wet basisregistratie personen of aan het adres waar het bedrijf van de indiener volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel gevestigd is.
Indien registratie van het adres of de vestiging als bedoeld in het tweede lid ontbreekt of niet te achterhalen is, wordt het verzoek om aanvulling per post gestuurd naar het adres dat indiener heeft vermeld in het Woo-verzoek.
Indien het adres of de vestiging van de indiener ontbreekt of niet te achterhalen is op grond van de in het tweede lid genoemde registraties, en deze in het Woo-verzoek geen adres heeft vermeld waaraan het verzoek om aanvulling per post verzonden kan worden, wordt het verzoek om aanvulling aan de indiener verzonden op de wijze waarop deze het Woo-verzoek heeft ingediend.
Indien het verzoek binnen de in het eerste lid gestelde termijn niet op de juiste wijze wordt ingediend of indien van de gelegenheid tot aanvulling geen gebruik wordt gemaakt dan zal het niet worden behandeld.
Artikel 3. Gelegenheid tot aanvulling
Artikel 3. Gelegenheid tot aanvulling
Onderdeel van Beleidsregels elektronisch indienen verzoeken Wet open overheid