Verwijzer en jeugdhulpaanbieders hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat jeugdhulp wordt geboden. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:
Als op basis van triage blijkt dat het niet mogelijk is om binnen een redelijke termijn te starten met de jeugdhulp wordt in samenspraak met jeugdige en ouders overbruggingszorg ingezet.
De kernpartner bepaalt welke zorg passend is bij de gestelde resultaten/hulpvragen in het integraal plan en welke kernpartner de hulp uitvoert.
Bij jeugdigen met een maatregel JB/JR moet binnen 6 weken door de GI een gedragen koers zijn bepaald en binnen drie maanden passende, hulp zijn ingezet, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid / ontwikkelingsbedreiging / recidive risico van het kind. Dat betekent dat de aanbieders van specialistische jeugdhulp binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag uiterlijk moeten starten met de hulp.
De jeugdhulpaanbieder of GI kan het OKT inschakelen in verband met een nieuwe hulpvraag, wanneer de hulp aan een gezin is afgerond. Dit gebeurt in afstemming met het gezin en er is sprake van een warme overdracht.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.4
Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp Amsterdam 2022