Een minimale basis voor terugvorderen is dat het eerder toegekende recht is ingetrokken of herzien (Jeugdwet 8.1.4 lid 3) omdat er onjuiste en/of onvolledige gegevens verstrekt zijn.
Omdat het Pgb wordt toegekend aan de budgethouder, rusten alle rechten en plichten die aan het Pgb zijn verbonden op de budgethouder die daarmee dus verantwoordelijk en aansprakelijk is. De budgetbeheerder kan niet aansprakelijk worden gehouden.
De oorzaak van de terugvordering van het Pgb kan bij de budgethouder zelf liggen. Gelet op de verantwoordelijkheid van de budgethouder voor het voldoen aan de eisen die zijn verbonden aan het ontvangen van het Pgb, ligt het in de rede dat er eerst wordt gekeken of hem een verwijt valt te maken. Voor verwijtbaar handelen geldt:
Van verwijtbaar handelen is in ieder geval sprake als de vordering is ontstaan als gevolg van fraude en/of onrechtmatig handelen.
Er is ook sprake van verwijtbaar handelen als er sprake is van nalatigheid.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.4
Artikel 6.4.1
Terugvordering
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp Amsterdam 2022