Beschrijving en beleidsuitgangspunten
Een bijgebouw is een grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag dat bij een hoofdgebouw hoort en los van het hoofdgebouw op het erf of de kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage. Een overkapping is een grondgebonden bouwwerk van een bouwlaag. De overkapping staat los op het erf of tegen het hoofdgebouw aan en is meestal bedoeld als carport. De gemeente streeft in principe naar gedekte kleuren en een eenvoudige kapvorm. Bijgebouwen en overkappingen moeten qua uitstraling en volume ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw.
Een klein bijgebouw of een kleine overkapping op het achtererf of zijerf is binnen bepaalde randvoorwaarden vergunningsvrij. Dat heeft onder meer tot gevolg dat zo'n bijgebouw of overkapping niet preventief, dus vooraf, wordt beoordeeld op redelijke eisen van welstand. Wei kan de gemeente bij een vergunningvrij bijgebouw of vergunningsvrije overkapping achteraf ingrijpen als het deze ernstige mate in strijd is met redelijk eisen van welstand (dit gebeurt op grond van de excessenregeling, zie paragraaf 1.9). Vergunningvrije bijgebouwen of overkappingen die voldoen aan de onderstaande welstandscriteria vallen in ieder geval niet onder deze regeling. Bij twijfel wordt vooroverleg met team Bouwen van de Afdeling Grondgebied.
Bij een vergunningplichtig bijgebouw of vergunningplichtige overkapping treedt het bestemmingsplan in eerste instantie regelend op voor wat betreft plaatsing en maatvoering.
De onderstaande welstandscriteria zijn bruikbaar voor een bijgebouw of overkapping waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen moet worden aangevraagd en die volgens het bestemmingsplan is toegestaan. Voldoet het plan aan deze criteria dan kan de welstandscommissie zonder meer een positief welstandsoordeel geven. Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van daze criteria dan wordt bij de beoordeling tevens gebruik maakt van de gebiedsgerichte c.q. de objectgerichte en de algemene welstandscriteria. Van zo'n bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen monumenten.
Trendsetter
Een bijgebouw of overkapping voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als deze identiek is aan een eerder voor het betreffende bouwblok of straat door de welstandscommissie goedgekeurde en als zodanig aangewezen trendsetter. Informatie over trendsetters is verkrijgbaar bij de welstandsambtenaar van team Bouwen.
Wabo
In de gemeente Beesel zijn de redelijke eisen van welstand ook van toepassing op bijgebouwen en overkappingen op het achtererfgebied die op een afstand van 1 m of minder van het openbaar toegankelijk gebied worden gesitueerd.
Loketcriteria voor een bijgebouw of overkapping
Als er geen trendsetter is, voldoet een bijgebouw of overkapping in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan:
materiaal, kleur, detaillering en vormgeving zoveel mogelijk aansluiten bij reeds aanwezige bijgebouwen in de omgeving.
rechthoekige plattegrond.
geen opvallende details en kleuren.
licht hellend of plat dak en niet meer dan 0,20 meter overstek.
hoogte boeiboord maximaal 0,30 meter.
voor de voorgevellijn mag een overkapping geen tot de constructie zelf behorende wanden hebben; achter de voorgevellijn mag een overkapping maximaal drie wanden hebben, waarvan twee die tot de constructie zelf behoren;
het bijgebouw of de overkapping moet voldoen aan eventuele specifieke criteria voor bijgebouwen of overkappingen uit het gebiedsgerichte beoordelingskader.
Eenvoudig bijgebouw op het achtererf
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 2.
Artikel Bijgebouwen en overkappingen
Artikel Bijgebouwen en overkappingen
Onderdeel van Visie Welstandsbeleid gemeente Beesel, geactualiseerd op 11 april 2011 i.v.m. inwerkingtreding wabo