Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Algemene criteria uitstallingen

Onderdeel van Nadere regels uitstallingen Centrum Horst

1.. Een uitstalling wordt direct tegen de gevel geplaatst. 2.. Een uitstalling wordt voor het eigen (winkel)pand geplaatst. 3.. Er mag maximaal 1 uitstalling per pand geplaatst worden. Dit betekent 1 uitstalling categorie A of 1 uitstalling categorie B, niet allebei. 4.. Bij een grotere gevelbreedte dan 7 meter zijn maximaal 2 uitstallingen toegestaan. Dit kunnen 2 uitstallingen categorie A zijn, 2 uitstallingen categorie B of 1 uitstalling categorie A en 1 uitstalling categorie B. 5.. Aanvullend aan het maximum van 1 of 2 uitstallingen per pand zoals genoemd in het derde en vierde lid mogen eet- en/of drinkgelegenheden één prullenbak plaatsen. 6.. Aanvullend aan het maximum van 1 of 2 uitstallingen per pand zoals genoemd in het derde en vierde lid mogen maximaal 2 extra uitstallingen categorie B geplaatst worden als dit bloem-/plantenpotten of bloem-/plantenbakken zonder reclame uitingen zijn. Dit ter verfraaiing en vergroening van het centrum. 7.. Een uitstalling mag uitsluitend aanwezig zijn indien een vrije doorgang van tenminste 4,50 meter gewaarborgd is. 8.. Het vorige lid is niet van toepassing indien sprake is van een weg/trottoir die niet begaanbaar is voor gemotoriseerd verkeer op meer dan twee wielen, ook niet voor gemotoriseerde hulpdiensten op meer dan twee wielen. In dat geval is een vrije doorgang van tenminste 1,50 meter voldoende. Als het centrum is afgesloten in verband met de weekmarkt of andere activiteiten, maar wel toegankelijk is voor hulpdiensten, geldt dus wel een vrije doorgang van 4,50 meter. 9.. Indien de vrije doorgang door onvoorziene omstandigheden wordt belemmerd dient de uitstalling meteen te worden verwijderd. 10.. De toegankelijkheid van de onderneming moet altijd gewaarborgd blijven voor (minder) valide verkeersdeelnemers. 11.. Een uitstalling mag (nood)uitgangen niet belemmeren. 12.. Uitstallingen in portieken / eigen terrein zijn toegestaan mits er sprake is van een veilige doorgang van in-/(nood)uitgangen. 13.. Uitstallingen zijn niet duurzaam verenigd met het pand of de stoep en straat, dus niet vastgezet, en zijn verplaatsbaar. 14.. Een uitstalling mag niet aan een luifel worden opgehangen. 15.. Een uitstalling mag niet worden geplaatst binnen een straal van 1 meter van een (ondergrondse) brandkraan of een vergelijkbare voorziening. 16.. Verwijzingsborden naar een andere straat, locatie of onderneming zijn verboden. 17.. Een uitstalling mag niet worden voorzien van geluid, neonverlichting of bewegende onderdelen, met uitzondering van hobbelbeesten/speeltoestellen voor gebruik ter plekke door kinderen. 18.. Uitstallingen mogen niet aanwezig zijn buiten de openingstijden van de winkel/het bedrijf. 19.. Uitstallingen moeten op eerste aanzegging van het bevoegd gezag worden verwijderd als dat noodzakelijk is voor de aanleg of wijziging van openbare nutsvoorzieningen, in het belang van de openbare orde of veiligheid dan wel ter realisering van gemeentelijke plannen of in verband met gemeentelijke werkzaamheden aan de openbare weg.

Rechtspraak bij dit artikel