Naar hoofdinhoud
1.. De aanvrager komt niet in aanmerking voor een gereserveerde individuele gehandicaptenparkeerplaats als deze over parkeergelegenheid op eigen terrein beschikt (bijv. garage, erf, eigen oprit); 2.. Een individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt niet toegewezen ten behoeve van voertuigen die bestemd zijn voor recreatiedoeleinden. 3.. Een individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt niet toegewezen wanneer de parkeerruimte: de parkeerruimte binnen de loopafstand van de aanvrager geen of geen geschikte parkeerplaats aanwezig is en een plek creëren ruimtelijk niet mogelijk is; de parkeerruimte niet past bij het doelmatig gebruik van de weg. Zo is het onwenselijk om in een voetgangersgebied of in een autoluw gebied een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken te realiseren; de te markeren parkeerplaats een belemmering vormt voor de verkeersveiligheid, doorstroming van het verkeer en dergelijke; de te markeren gehandicaptenparkeerplaats ook technisch redelijkerwijs niet in te richten is als parkeerplaats. 4.. Passagiers komen in beginsel niet in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. In afwijking van artikel 2, aanhef en onder c is hierop in individuele situaties een uitzondering mogelijk als: de passagier in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart passagiers; én de verkeerssituatie het niet toelaat om voor of vlakbij de deur van de woning te stoppen om de passagier uit te laten stappen(o.a. door de aanwezigheid van een stopverbod).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel