Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Speelautomatenverordening Texel 2000

In deze verordening wordt verstaan onder: wet de Wet op de kansspelen; speelautomaat een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, waaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen; behendigheidsautomaat een speelautomaat waarvan het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde spelduur of het recht op gratis spellen en het proces, ook nadat in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de spelduur verlengd of het recht op gratis spelen verkregen wordt; een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat is; hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 1, lid, Drank- en Horecawet, waarin rechtmatig het horecabedrijf als bedoeld in dat artikellid wordt uitgeoefend:1. waar het café en het restaurantbezoek op zichzelf staat en waar geen andere activiteiten plaatsvinden, waaraan een zelfstandige betekenis kan worden toegekend en2. waarvan de activiteiten in belangrijke mate zijn gericht op personen van 18 jaar en ouder; laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet, waarin rechtmatig het horecabedrijf als bedoeld in dat artikellid wordt uitgeoefend, die geen hoogdrempelige inrichting is, of een inrichting waarin horeca-activiteiten worden verricht en waarvan de ondernemer inschrijfplichtig en ingeschreven is bij het Bedrijfschap Horeca; als laagdrempelige inrichtingen worden in ieder geval aangemerkt:1. strandpaviljoens;2. inrichtingen die zijn gelegen op een terrein bestemd voor recreatie of recreatief verblijf.

Rechtspraak bij dit artikel