Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8

Dakgebruik

Onderdeel van Beleidsregels uitvoering Programma Merwede, gemeente Utrecht

Bij een aanvraag voor een vergunning voor het bouwen toetst het college aan de voorwaarden voor het integreren van groen en duurzaamheid op basis van de volgende voorwaarden en normen: Voor alle daken binnen het plangebied geldt het principe 'geen dak onbenut'. Dit betekent dat binnen het plangebied gemiddeld: minimaal vijftig procent (50%) van het dakoppervlak wordt gebruikt voor groenvoorzieningen, ten behoeve van klimaatbestendigheid, gezondheid, biodiversiteit en hittestress; en maximaal vijftig procent (50%) van het dakoppervlak wordt gebruikt voor zonnepanelen (PV-cellen), ten behoeve van duurzame energieopwekking. Ten aanzien van het dakoppervlak als bedoeld in 1 geldt verder dat: op gebiedsniveau gemiddeld minimaal vijfentwintig procent (25%) en op blokniveau gemiddeld twintig procent (20%) van het dakoppervlak bestaat uit volwaardig groen; en maximaal vijfentwintig procent (25%) van het dakoppervlak bestaat uit mos sedum groen (met aandacht voor zoveel mogelijk nectar en zaadvormend groen), wat in stroken rondom of onder de in 1. bedoelde zonnepanelen (PV-cellen) kan worden gesitueerd of op plekken waar volwaardig groen niet mogelijk is; onder 'volwaardig groen' wordt verstaan: groen met een royale aanplant en gevarieerde vegetatie, met vooral nectar- en zaadvormende planten als voedsel voor vogels en insecten; De in 1 bedoelde volwaardig groene dakoppervlakten mogen toegankelijk en functioneel zijn. Een aanvrager dient met een tekening op schaal bij het C-team en bij een aanvraag vergunning aan te tonen op welke wijze wordt voldaan aan de in dit artikel

Rechtspraak bij dit artikel