Bij een aanvraag voor een vergunning voor het bouwen toetst het college aan de voorwaarden voor het integreren van groen en duurzaamheid op basis van de volgende voorwaarden en normen:
Voor alle daken binnen het plangebied geldt het principe 'geen dak onbenut'. Dit betekent dat binnen het plangebied gemiddeld:
minimaal vijftig procent (50%) van het dakoppervlak wordt gebruikt voor groenvoorzieningen, ten behoeve van klimaatbestendigheid, gezondheid, biodiversiteit en hittestress; en
maximaal vijftig procent (50%) van het dakoppervlak wordt gebruikt voor zonnepanelen (PV-cellen), ten behoeve van duurzame energieopwekking.
Ten aanzien van het dakoppervlak als bedoeld in 1 geldt verder dat:
op gebiedsniveau gemiddeld minimaal vijfentwintig procent (25%) en op blokniveau gemiddeld twintig procent (20%) van het dakoppervlak bestaat uit volwaardig groen; en
maximaal vijfentwintig procent (25%) van het dakoppervlak bestaat uit mos sedum groen (met aandacht voor zoveel mogelijk nectar en zaadvormend groen), wat in stroken rondom of onder de in 1. bedoelde zonnepanelen (PV-cellen) kan worden gesitueerd of op plekken waar volwaardig groen niet mogelijk is;
onder 'volwaardig groen' wordt verstaan: groen met een royale aanplant en gevarieerde vegetatie, met vooral nectar- en zaadvormende planten als voedsel voor vogels en insecten;
De in 1 bedoelde volwaardig groene dakoppervlakten mogen toegankelijk en functioneel zijn.
Een aanvrager dient met een tekening op schaal bij het C-team en bij een aanvraag vergunning aan te tonen op welke wijze wordt voldaan aan de in dit artikel
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Dakgebruik
Onderdeel van Beleidsregels uitvoering Programma Merwede, gemeente Utrecht