Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school

Onderdeel van Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Assen 2022

Tussenvoorzieningen Er kan sprake zijn dat er formeel geen schoollocatie is, maar dat het in de praktijk wel bedoeld is voor leerlingen die, in het kader van passend onderwijs, een lessenaanbod of programma volgen op een andere locatie dan waar ze zijn ingeschreven. Dit kan gaan om dislocaties en nevenvestigingen, zoals beschreven in de toelichting op artikel 8. Het kan ook gaan om een tussenvoorziening: een locatie behorend bij een school(bestuur) of een samenwerkingsverband waar voortijdig schooluitval van een leerling wordt voorkomen, maar deze locatie valt formeel niet binnen de definitie van een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs en Wet op de expertisecentra. Een samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor de inrichting van deze locatie(s); We maken onderscheid in tussenvoorzieningen die tijdens de voortgezet onderwijs (hierna: VO) periode worden ingezet. Deze voorzieningen worden door een school of het samenwerkingsverband verzorgd en zijn toegankelijk voor alle leerlingen in de regio Assen die naar het VO gaan. Dit geldt ook voor praktijkonderwijs (hierna: pro) en voortgezet speciaal onderwijs (hierna: VSO). Plaatsing in de voorziening leidt niet tot een andere schoolinschrijving. De voorzieningen worden niet altijd op een formele schoollocatie aangeboden en kennen daarom geen BRIN nummer; na het VSO of pro worden ingezet voorafgaand aan de start op het middelbaar beroepsonderwijs (hierna mbo). Deze zijn voor leerlingen voor wie een overgang vanuit het VSO of pro naar het mbo een te grote stap is. In geval van een tussenvoorziening wordt de feitelijke locatie van deze tussenvoorziening die door de leerling wordt bezocht, aangemerkt als ‘school’ als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: de leerling is ingeschreven bij regulier voortgezet onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs; door de ouders aan burgemeester en wethouders genoegzaam is aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling is; en door de ouders aan burgemeester en wethouders genoegzaam is aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod en de leerling aangewezen is op een tussenvoorziening. Bij de aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt beoordeeld of er aan de voorwaarden van lid 3 wordt voldaan. Net als bij een dichtstbijzijnde school voor voortgezet onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs zijn de bepalingen van de Verordening van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel