5.1. Bestuurlijke rapportage
De burgemeester baseert haar/zijn optreden steevast op een formele bestuurlijke rapportage van de politie. Volgens vaste rechtspraak mag een bestuursorgaan in beginsel uitgaan van de juistheid van een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, tenzij tegenbewijs noopt tot afwijking van dit uitgangspunt.
De bestuurlijke rapportage van de politie moet de nodige inhoud en kwaliteit hebben, zodat die bijdraagt aan de opdracht aan de burgemeester om alle omstandigheden en effecten af te wegen bij het nemen van 13B – besluiten.
5.2. Zorgvuldigheid (zienswijzen)
Voordat er een definitief besluit wordt genomen worden de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om op het voorgenomen besluit een zienswijze te geven. De zienswijze kan zowel schriftelijk als mondeling worden gedaan. De belanghebbenden kunnen zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Na de fase van de zienswijze worden alle feiten en omstandigheden opnieuw afgewogen, bijvoorbeeld ten opzichte van de geconstateerde feiten en omstandigheden in de bestuurlijke rapportage van de politie, de wet- en regelgeving, de geldende jurisprudentie en deze beleidslijn. Vervolgens neemt de burgemeester een beslissing. Het besluit wordt bekend gemaakt aan de belanghebbenden en aan de handhavingspartners. Het wordt ook geregistreerd bij het Kadaster.
Indien de belanghebbenden zich niet kunnen verenigen met het besluit van de burgemeester, dan kan hiertegen, al dan niet met inschakeling van een gemachtigde, bezwaar worden gemaakt. Indien bezwaar wordt gemaakt, kan tevens bij de voorzieningenrechter om een schorsing van het besluit worden gevraagd. Gebeurt dat laatste, dan schort de burgemeester de uitvoering van haar/zijn besluit al in deze fase op totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.
5.3. Voorwaardelijke sluiting/dwangsom
De beoordeling of een voorwaardelijke sluiting of een dwangsom als bestuurlijke maatregel aan de orde moet komen, maakt een integraal onderdeel uit van de handhavingsrichtlijn. Daarbij kan worden bepaald dat indien de betrokkene binnen twee jaar nogmaals een overtreding begaat alsnog zal worden overgegaan tot handhaving met een zwaardere maatregel. Voorwaardelijke sluiting en dwangsom vormen alsdan een onderdeel van de dossiervorming. Bij recidive gaat de balans naar zwaardere bestuurlijke maatregelen uitslaan.
De hoogte van een dwangsom kan worden gerelateerd aan de waarde van de aangetroffen hoeveelheid drugs en/of het te verwachten financiële voordeel voor de overtreder. In de bijlage bij deze beleidsregels zijn de afwegingen bij het opleggen van een dwangsom verwoord.
5.4. Bestuursdwang
Bij de toepassing van bestuursdwang wordt uitgegaan van het sluiten van de gehele woning of het gehele pand, omdat het direct een einde maakt aan de illegale situatie. Dit is in principe de meest effectieve manier om de met de Opiumwet strijdige situatie te beëindigen en herhaling te voorkomen. Als er sprake is van handel in een woning waarin kamerverhuur plaatsvindt en de handel in drugs slechts in één van de verhuurde kamers is geconstateerd, dan kan een gedeeltelijke sluiting van de woning worden overwogen. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld bij een hennepkwekerij/productieplek in een caravan op het erf bij een woning of in een apart deel van een bedrijfslocatie. Dit wordt afgewogen in het kader van de complete effectbeoordeling.
Bij de sluiting wordt een termijn gegeven van enkele dagen waarbinnen de betrokkene de woning of het lokaal kan ontruimen en afsluiten. Indien dit niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, zal de burgemeester zelf overgaan tot het sluiten van de woning of het lokaal, op kosten van de betrokkene.
De sluiting brengt met zich dat de woning of het lokaal door niemand mag worden betreden gedurende de sluitingsperiode. Als het gesloten pand toch wordt betreden, is sprake van een strafbaar feit. Alleen personen die op een bepaald moment om dringende redenen in de woning/het pand moeten zijn, mogen de locatie pas na toestemming van de burgemeester betreden. Voorbeelden hiervan zijn de bewoner, die de waterleiding wil afsluiten vanwege vorst of een aannemer, die schade aan het pand moet herstellen.
De sluiting wordt aan eenieder bekend gemaakt door middel van een poster op de toegang van de woning/het pand. Dit dient ter voorkoming van het in gebruik nemen van het object en in het kader van toezicht op de sluiting. Wordt de woning/het pand desalniettemin toch betreden dan zal de burgemeester het gebouw dicht laten maken op kosten van de betrokkene.
5.5. Woningwet:
Bij de teelt en productie van drugs worden regelmatig ook overtredingen van de Woningwet/Bouwbesluit geconstateerd. Het bevoegde bestuursorgaan is hier het college.
Bij overtredingen van artikel 1b Woningwet is altijd sprake van strijdigheid met de voorschriften uit het Bouwbesluit. Het gaat om technische en gebruiksvoorschriften die betrekking hebben op de (brand)veiligheid en gezondheid. Voorbeelden hiervan zijn:
niet voldoen aan NEN1010-norm
niet voldoen aan de eisen voor sterkte aan de constructie
veiligheid installaties
brandcompartimentering
blokkeren van een vluchtroute
overbewoning
achterwege laten van een melding inzake brandveilig gebruik.
De NEN 1010 norm is de belangrijkste norm voor elektrische installaties in gebouwen. Het doel van de NEN 1010 is om een veilige installatie te realiseren. Elektrische voorzieningen mogen niet leiden tot gevaarlijke situaties en moeten beschermd worden tegen oververhitting door overbelasting. In geval van het gebruik van een gebouw voor een hennepkwekerij betekent dit doorgaans dat de elektrische installatie van dit gebouw niet meer aan de eisen van het Bouwbesluit voldoet, waartegen het college met bestuursrechtelijke maatregelen op basis van de Woningwet kan optreden. Bij concreet gevaar wordt het pand gesloten tot het moment dat het gevaar is geweken.