Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.2

Prognoses

Onderdeel van Woonvisie 2021-2030 Wijk bij Duurstede

In september 2019 presenteerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) de belangrijkste uitkomsten van de Regionale bevolkings- en huishoudensprognose voor 2019–2050. Tot 2035 werd een verdere groei van de Nederlandse bevolking geprognosticeerd tot 18,3 mln. inwoners. Voor Wijk bij Duurstede wordt een groei voorzien van 1860 inwoners tot 2040 (groei van 7,7%) Ontwikkeling aantal inwoners Wijk bij Duurstede (bron: Primos 2021) Op 5 juli 2021 heeft de minister van Binnenlandse Zaken de Tweede Kamer geïnformeerd over de huidige jaarrapportage ‘Staat van de woningmarkt’. Hieruit blijkt dat de woningbehoefte onverminderd groot blijft. Enerzijds door de groei van het aantal inwoners, daarnaast wordt de verwachte toename van de woningbehoefte ook bepaald door de omvang van het gemiddeld aantal personen per huishouden. De CBS cijfers geven aan dat de gemiddelde bezetting landelijk is gedaald van 2,38 in 1995 naar 2,18 personen in 2019. De bezettingsgraad per woning ligt in Wijk iets hoger maar kent een dalende trend: van 2,37 in 2020 naar 2,31 in 2030 en 2,29 in 2035. Bevolkingsgroei en ‘verdunning’ leiden bij elkaar opgeteld tot een groei van het aantal huishoudens. Tot 2040 wordt een groei verwacht van 1.170 (11,5%). Ontwikkeling aantal huishoudens Wijk bij Duurstede (bron: Primos 2021) Woningbehoefte De totale kwantitatieve woningbehoefte bestaat uit twee componenten: de opvang van de groei en het inlopen van het bestaande woningtekort. Voor het opvangen van de groei wordt gekeken naar de groei van het aantal huishoudens. Jaarlijks actualiseert Primos deze cijfers. Hiervoor zijn tot ultimo 2030 in totaal 680 woningen nodig (10.830 huishoudens in 2030 versus 10.150 in 2021). Naast deze groei is er ook nog de opgave van het inlopen van het bestaande woningtekort. Uitgaande van de meest recente cijfers van ABF research3 Zie: Vooruitzichten bevolking, huishoudens en woningmarkt – Prognoses en scenario’s 2021-2035, ABF Research ligt het woningtekort voor het woningmarktgebied U16, waaronder Wijk bij Duurstede valt, op in 2024 op 5-6% en in 2035 op 3-4% (gemiddeld 4,5%). In het algemeen wordt een woningtekort van 2% als een gezond percentage gezien (bijv. om leegstand te vermijden). Een woningtekort van 0% is dan ook ongewenst. Voor het verlagen van het woningtekort naar 2% dient de huidige voorraad met 2,5% (4,5% -/- 2%) te worden opgehoogd, dat zijn ca. 255 woningen. Gevoegd bij het aantal woningen dat nodig is om de groei op te vangen (680), zijn er tot en met 2030 afgerond 935 woningen nodig, per jaar circa 100 woningen. Aanwezige plancapaciteit Teneinde de kwantitatieve opgave te bepalen, moet de geprognosticeerde woningbehoefte worden afgezet tegen het aantal woningen dat nu in de plannen aanwezig is en/of wordt voorzien. Deze zogenoemde plancapaciteit valt echter uiteen in harde en zachte plannen. Tot 2030 is 37% (416 woningen) van de plancapaciteit ‘hard’, het overige betreft zachte plancapaciteit waarvoor nog locaties moeten komen en/of plannen moeten worden gemaakt (zie staatje). Er moet rekening gehouden worden met plannen die worden uitgesteld, plannen waar uiteindelijk minder woningen worden gebouwd en plannen die misschien niet doorgaan. Rijk en provincie hanteren als uitgangspunt dat de benodigde plancapaciteit minimaal 130% van de berekende behoefte moet zijn. Met een woningbehoefte van ca. 935 woningen en een geraamde planuitval, is er tot 2030 behoefte aan een plancapaciteit van ruim 1.200 extra woningen. In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de plancapaciteit zoals die op dit moment (peil oktober 2021) bekend is. Het spreekt voor zich dat een dergelijk overzicht per definitie een momentopname is. peil oktober ‘21 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 Totaal Wijk bij Duurstede Harde plancapaciteit 30 - 179 53 62 38 - - - 362 Zachte plancapaciteit - - - - - 170 160 160 160 650 Cothen Harde plancapaciteit 26 - - 15 - - - - - 41 Zachte plancapaciteit - - - - - - - - - - Langbroek Harde plancapaciteit 5 2 - 6 - - - - - 13 Zachte plancapaciteit - - - 25 - - - - 25 50 Gemeente Harde plancapaciteit 61 2 179 74 62 38 - - - 416 Zachte plancapaciteit - - - 25 - 170 160 160 185 700 TOTAAL 61 2 179 99 62 208 160 160 185 1.116 Uit het overzicht blijkt dat er tot het jaar 2030 wordt uitgegaan van een plancapaciteit van 1.116, dat ligt echter onder het benodigde niveau. Indien we op basis van bovenstaand overzicht kijken naar de fasering van de harde plancapaciteit, valt te zien dat in jaar 2023 een kleine inhaalslag wordt gemaakt voor de sterk achterblijvende productie van de jaren ervoor. Hierna is de harde plancapaciteit ontoereikend en is vanaf 2027 nihil geworden. Fasering van de aanwezige harde plancapaciteit Hiervoor dient de nu zachte plancapaciteit voor die tijd concreet gemaakt te worden zodat er geen stagnatie in realisatie optreedt. Reeds nu kan de conclusie worden getrokken dat harde en zachte plancapaciteit (1.143 woningen) niet toereikend is ten opzichte van de geprognosticeerde behoefte van 1.200 woningen. Er dient dus meer capaciteit te worden toegevoegd om de huidige opgave adequaat te kunnen in te vullen. Het eerdere uitgangspunt uit de vorige Woonvisie van 100 woningen per jaar (rode lijn in bovenstaande grafiek) is te laag en moet naar boven toe worden bijgesteld. Tot 2030 is een plancapaciteit van 1.200 woningen nodig. Voor de periode 2022-2030 gaat het dan om 150 woningen (paarse lijn in bovenstaande grafiek).

Rechtspraak bij dit artikel