Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.2

Specifieke doelgroepen

Onderdeel van Woonvisie 2021-2030 Wijk bij Duurstede

Ouderen Verhuisbereidheid en levensloopbestendige woningen De wil om te verhuizen bij oudere inwoners is laag. Indien er geen noodzaak is (door zorgbehoefte die niet thuis gegeven kan worden) blijft men het liefst in de vertrouwde omgeving wonen. Dit patroon kan doorbroken worden door gelijkvloerse, levensloopbestendige woningen en door gerichte inzet op communicatie en begeleiding van ouderen met een verhuiswens (wooncoach). Het Atrivé-onderzoek geeft aan dat de behoefte aan gelijkvloers wonen tot 2040 toeneemt met 380 woningen. Daarnaast is er behoefte aan woningen met brede ‘verkeersruimten’ voor een rollator. De totale prognose telt op tot 630 levensloopbestendige woningen5 Attrivé rapport, p.24. Daarnaast is er behoefte aan rolstoeltoegankelijke woningen. Dit wordt veelal via maatwerk vanuit de WMO geregeld. Met relatief kleine aanpassingen in het ontwerp kunnen nieuwbouw woningen ook geschikt gemaakt worden voor inwoners met beperkingen. Om dit te stimuleren wordt het BTBV- beleid6 BTBV = Bereikbaar, Toegankelijk, Bruikbaar en Veilig. Een eigen gemeentelijk systeem voor toegankelijk bouwen in diverse stappen. voortgezet. In sommige gevallen biedt het realiseren van een mantelzorgwoning een oplossing voor de woonsituatie van ouderen die enige zorg nodig hebben. Kwetsbare inwoners Beschut / geclusterd wonen Ook met meer levensloopbestendige woningen en meer mogelijkheden om langdurige zorg thuis te ontvangen, zal er altijd een groep inwoners zijn voor wie volledig zelfstandig wonen niet langer verantwoord is. Dit geldt met name voor mensen met dementie en/of een verstandelijke beperking. Door de vergrijzing zal het aantal inwoners met dit dementie naar verwachting relatief sterk toenemen, van 320 inwoners in 2020 naar 550 in 20230 en 850 in 2040, volgens Alzheimer Nederland. Voor deze doelgroep is het lastig om zelfstandig te kunnen blijven wonen, verhuizing naar een beschutte omgeving kan een uitkomst zijn of is zelfs onvermijdelijk. Dit hoeft niet altijd een verpleeghuis te zijn. Er is een groeiende behoefte aan tussenvoorzieningen waar onder toezicht, met zorg en in een overzichtelijke omgeving zelfstandig gewoond kan worden. Deze woonvormen kunnen worden geïntegreerd in reguliere wooncomplexen en hebben als voordeel dat mensen naar elkaar kunnen omzien. Voor inwoners die andere vormen van (ouderen)zorg nodig hebben (somatische zorg, lichamelijk e/o verstandelijk beperkten) is momenteel voldoende aanbod van geclusterd wonen. De prognose is dat dit na 2025 door de toename in vergrijzing zal omslaan naar een tekort in het aanbod. In de komende vijf jaar wordt hiervoor een tekort van 80 woningen verwacht. Naast ouderen zijn er meerdere kwetsbare inwoners die graag in Wijk bij Duurstede willen wonen. In dit kader gaat het om de uitstroom vanuit beschermde woonvormen, maatschappelijke opvang, Stichting Bed en inwoners die op zoek zijn naar tijdelijke woonruimte. Dit laatste kan door meerdere oorzaken het geval zijn. In dit kader past het thema van de inclusieve wijk waarbij hulp waarbij hulp en ondersteuning dichtbij de inwoner wordt georganiseerd. In dit verband moet worden opgemerkt dat het verlenen van urgentie voor dergelijke doelgroepen invloed heeft op de wachttijd voor reguliere woningzoekenden. Asielzoekers / statushouders (vergunninghouders) Vluchtelingen van elders die in Nederland asiel aanvragen, verblijven tijdens deze aanvraagprocedure in een asielzoekerscentrum (AZC). Zodra deze vluchtelingen een verblijfsvergunning krijgen, worden ze statushouders (ook wel vergunninghouders genoemd) en komen ze in aanmerking voor een woning. Het Rijk heeft deze statushouders aangewezen als een groep met voorrang. Hierdoor wordt de inburgering van statushouders niet vertraagd en ontstaat capaciteit in het AZC voor opvang van nieuwe vluchtelingen. Om ervoor te zorgen dat gemeenten voorrang geven aan de huisvesting van statushouders, bepaalt het ministerie van Binnenlandse Zaken hoeveel statushouders iedere gemeente moet huisvesten. Dit staat in een ‘taakstelling’ die het ministerie ieder half jaar publiceert, waarbij het aantal is gebaseerd op het inwonertal van de betreffende gemeente. In 2021 moeten de Nederlandse gemeenten volgens de taakstelling in totaal 24.500 vergunninghouders huisvesten. 13.500 voor de eerste helft van 2021 en 11.000 voor de tweede helft van 2021. Dit is meer dan in 2020. Toen ging het om 12.000 vergunninghouders. Deze verhoging komt onder andere door het inlopen van de achterstand van behandeling van asielaanvragen door de IND. Huisvesting vergunninghouders 2020 2021 Beginstand 6 15 Taakstelling +17 +34 Realisatie -8 -31 Nog te realiseren op peildatum 15 18 Overzicht huisvesting vergunninghouders, peildatum: 01-10-2021 (bron: Ministerie van BZK) De taakstelling7 Zie: Overzicht huisvesting vergunninghouders, Ministerie van BZK voor 2020 lag voor Wijk bij Duurstede op 17, deze is in 2021 verdubbeld naar 34. Op 1 januari 2021 had de gemeente nog een in te vullen taakstelling van 15 woningen. Voor de eerste helft van 2021 zijn daar 19 personen bijgekomen en voor de 2e helft nog eens 15. De realisatie voor dit jaar bedraagt momenteel (peildatum 1 oktober) 31 waardoor er nog 18 personen moeten worden gehuisvest voor het eind van 2021. Zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, koppelt het COA binnen 2 weken de vergunninghouder aan een gemeente. Gemeenten hebben 10 weken de tijd om woonruimte te vinden. Als er een woning is gevonden, hebben vergunninghouders 2 weken de tijd om daadwerkelijk te verhuizen. De huisvesting die gemeenten mogen aanbieden kan een zelfstandige (huur)woning zijn of een met meer mensen gedeelde woning. Vaak doen gemeenten een beroep op sociale huurwoningen van woningcorporaties. Een vergunninghouder mag ook zelf naar woonruimte zoeken. Een gemeente bepaalt zelf of vergunninghouders recht hebben op voorrang bij een sociale huurwoning. Dit regelt de gemeente in een huisvestingsverordening. Lukt het gemeenten niet om de statushouders tijdig huisvesting aan te bieden, kan de provincie sancties opleggen. Met de huidige krapte op de woningmarkt duurt het voor statushouders langer voor ze een woning aangeboden krijgen. Dat betekent dat men tot die tijd op het AZC gehuisvest moet blijven. De vluchtelingencrisis vanuit Syrië en recent vanuit Afghanistan zorgt voor een nieuwe instroom van mensen die hier asiel aanvragen, terwijl de beschikbare capaciteit (mede door onvoldoende uitstroom van statushouders) ontoereikend is. Hiermee raakt de asielketen verder verstopt. Op grond van de zogenoemde ‘Uitvoeringsnota flexibilisering asielketen’8 Zie ook Kamerbrief Voortgang Flexibilisering Asielketen, 17 december 2020 waar Rijk en VNG in 2020 mee hebben ingestemd, heeft het Rijk in november 2020 aan gemeenten gevraagd om met een plan te komen meer opvang-plekken voor asielzoekers te realiseren. Hiervoor dient op korte termijn extra asielopvang te komen en voor de middellange termijn dienen regionale opvanglocaties te komen voor kansrijke asielzoekers met een flexibele schil voor andere doelgroepen en satellietlocaties voor minder kansrijke of uitgeprocedeerde asielzoekers. Daarnaast heeft men de taakstelling voor de huisvesting van statushouders in 2021 verdubbeld. In augustus van dit jaar heeft het Rijk in een brief aan de decentrale overheden aandacht gevraagd voor de nijpende situatie in de asielketen en de noodzaak voor extra opvang en huisvesting zodat met gezamenlijke inspanning de inzet van (crisis)noodopvang kan worden afgewend. In oktober dit jaar volgde een tweede brief van het Rijk aan de leden van het Veiligheidsberaad met een dwingend verzoek voor opvangplekken. Deze oproepen en taakopgave verhogen de verdere druk op de woningmarkt. Spoedzoekers Spoedzoekers zijn woningzoekenden die door uitzonderlijke situaties per direct op zoek zijn naar onderdak. Bijvoorbeeld door huisuitzetting en/of gedwongen verkoop, mensen die om economische redenen dakloos raken, langgestraften die na detentie terugkeren in de samenleving en bij echtscheiding en andere verbroken relaties. Bij echtscheidingen verandert een meerpersoonshuishouden of gezinshuishouden plotseling naar meerdere huishoudens. Dat heeft – door de jaarlijkse omvang van het aantal echtscheidingen in Nederland – een belangrijk effect op woningmarkt, maar ook omdat een snelle oplossing gewenst is voor tenminste één van de vertrekkende partners. Seizoenarbeiders Het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2015’ biedt de mogelijkheid voor de huisvesting van eigen seizoenarbeiders op het erf met een maximum van 20 arbeidskrachten. Op 1 juni 2021 heeft de raad ingestemd met een voorstel om dit aantal op te hogen naar 100 seizoenarbeiders, per amendement is bepaald dat dit alleen mag gelden voor één bedrijf, zijnde de huidige aanvrager voor deze ophoging. In regionaal verband (U16) is dit thema in het najaar van 2021 besproken. Aanleiding daartoe was een regionale studie waarin is gebleken dat voor de economische ontwikkeling van de regio blijven een beroep moet worden gedaan op seizoenarbeiders. Hiervoor is een instrumentenkoffer ontwikkeld die gemeenten kunnen hanteren bij dit thema. In Wijk bij Duurstede is dit reeds in het genoemde bestemmingsplan mogelijk gemaakt waarmee op dit moment voldoende ruimte is gecreëerd voor de huisvesting van deze doelgroep. Woonwagenbewoners Woonwagenbewoners hebben een eigen culturele identiteit. De opvatting dat deze identiteit bescherming verdient, is in de laatste tien tot vijftien jaar ontwikkeld en bestendigd door verschillende internationaal- en Europeesrechtelijke verdragen, die de Nederlandse staat mede heeft ondertekend. De erkenning brengt de verplichting met zich mee om voor voldoende standplaatsen te zorgen, zodat woonwagenbewoners volgens hun tradities en culturele identiteit kunnen leven. Met het intrekken van de Woonwagenwet (1999) is het woonwagenbeleid gedecentraliseerd. In 2018 heeft de Rijksoverheid een beleidskader opgesteld, dat gemeenten moet ondersteunen bij het formuleren van hun woonwagenbeleid. De visie die ten grondslag ligt aan dit beleidskader heeft als kern inzake huisvesting het beschermen van woonwagenbewoners tegen discriminatie, het waarborgen van hun mensenrechten en het bieden van rechtszekerheid en duidelijkheid. Het beleidskader biedt bouwstenen die gemeenten kunnen gebruiken om invulling te geven aan het eigen huisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners. Uitgangspunt hierbij blijft dat huisvestingsbeleid een primaire verantwoordelijkheid van de gemeente is: hier worden de afwegingen gemaakt op basis van de lokale behoefte. De vorige woonvisie kende geen gemeentelijk beleid ten aanzien van woonwagenbewoners. In mei 2017 heeft de Nationale Ombudsman een rapport9 Woonwagenbewoner zoekt standplaats, Nationale Ombudsman, 17 mei 2017 uitgebracht waarin hij stelde dat het Rijk en de gemeenten het recht van woonwagenbewoners om te leven volgens hun culturele identiteit onvoldoende erkennen en faciliteren. De beschikbaarheid van het beleidskader van het Rijk en de aanbevelingen van de Nationale Ombudsman zijn aanleiding om woonwagens nu wel als beleidsthema in de woonvisie op te nemen. Lokale situatie Momenteel is er in onze gemeente één woonwagenlocatie aan de Ossenwaard in Cothen. Deze locatie heeft drie standplaatsen, die momenteel allemaal bezet zijn, en wordt beheerd door Woningbouwstichting Cothen. Daarnaast is er een woonwagenlocatie met twee standplaatsen aan de Langbroekseweg in Wijk bij Duurstede die eigendom is van Viveste. Deze locatie is in 2012 buiten gebruik gesteld en krijgt in elk geval de komende vijf jaar een andere invulling door het plaatsen van twee tiny houses. In 2019 hebben we een onderzoek laten uitvoeren naar de behoefte aan woonwagenstandplaatsen in onze gemeente. Dit is gedaan voor: De bestaande locatie Ossenwaard; Bij voormalig woonwagenbewoners die nu in een reguliere woning wonen (deels in onze gemeente), maar die terugverlangen naar het woonwagenleven. Na de uitvoering van het behoefteonderzoek hebben zich nieuwe belangstellenden gemeld die (nog) geen directe binding hebben met onze gemeente. Uit het onderzoek van 2019 blijkt dat op de bestaande locatie aan de Ossenwaard er behoefte is aan 2-5 extra standplaatsen. De behoefte bij voormalige woonwagenbewoners ligt op 6 standplaatsen. Deze behoefte kan op termijn groeien aangezien de in deze groep opgroeiende kinderen op termijn ook vraag naar een standplaats zullen krijgen. De groep van voormalige woonwagenbewoners wil als groep bij elkaar wonen op een afzonderlijke locatie, los van andere groepen woonwagenbewoners. De groep van de nieuwe belangstellenden bestaat vooralsnog uit 5 huishoudens, de samenstelling en toekomstige woningbehoefte zijn nog niet in kaart gebracht. Ook deze laatste groep wil als collectief gehuisvest worden op een afzonderlijke locatie. Indien bovenstaande behoeften worden ingevuld, dient de bestaande locatie Ossenwaard te worden uitgebreid en zullen er twee nieuwe locaties moeten worden gevonden. Collectief particuliere opdrachtgevers Het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) is een constructie waarbij toekomstige bewoners zich organiseren (in een stichting of vereniging) om voor eigen gebruik en zonder winstoogmerk koopwoningen door nieuwbouw of herstructurering te realiseren. Het CPO besluit zelf met welke partijen het project wordt uitgevoerd. In het geval van nieuwbouw heeft een CPO dus bouwgrond nodig. Anders dan een projectontwikkelaar is het voor de betrokkenen van een CPO vaak de eerste en enige keer dat zij woningen (willen gaan) realiseren. Dit betekent in de regel meer afstem- en overlegmomenten, onder andere met de gemeente die minder ervaring heeft met dergelijke constructies. Een CPO vergt al met al meer maatwerk waarbij de kans op slagen sterk beïnvloed wordt door de beschikbaarheid van (passende) bouwkavels en kost derhalve meer tijd. Scheefwoners In 2016 is een complex stelsel van wettelijke toewijzingsregels voor sociale huurwoningen ingevoerd, dat bekend staat als ‘passend toewijzen’. Eenvoudig gezegd komt passend toewijzen erop neer dat de huurders met de laagste inkomens in de goedkoopste woningen moeten kunnen wonen. Op deze regel mag slechts bij 10% tot 20% van de nieuwe verhuringen een uitzondering worden gemaakt. Bij de huidige mutatiegraad gaat het dan om ongeveer 10 tot 20 woningen per jaar. In het verleden waren de toewijzingsregels voor sociale huurwoningen soepeler. Bovendien geldt een huurovereenkomst meestal voor onbepaalde tijd, wat betekent dat de huurder zelf kan bepalen hoelang hij of zij in de woning blijft wonen. Het kan dan voorkomen dat de huur na verloop van tijd niet meer passend is bij het inkomen. Goedkoop scheefwonen Als huurders met een te hoog inkomen in een sociale huurwoning blijven wonen, spreken we van goedkope scheefheid. Deze was in 2018 in onze gemeente 12,9%, vergelijkbaar met het regionale en landelijke beeld. Goedkope scheefheid beperkt de beschikbaarheid van sociale huurwoningen voor de primaire doelgroep, maar het huurrecht laat niet toe dat goedkope scheefwoners worden gedwongen om te verhuizen. Zij kunnen hier alleen toe worden verleid, met een aanbod van aantrekkelijke en betaalbare doorstroomwoningen. Overigens heeft goedkope scheefheid ook een voordeel: het zorgt voor een betere menging van inkomensgroepen c.q. meer en minder zelfredzame huishoudens in buurten met veel corporatiebezit, en draagt daarmee bij aan de leefbaarheid en vitaliteit van deze buurten. Duur scheefwonen Dure scheefheid, waarbij de huur te hoog is in verhouding tot het inkomen van de huurder, komt in onze gemeente relatief vaak voor (18,8% tegen 14,6% in de provincie en 12,5% landelijk)10 Bron: www.waarstaatjegemeente.nl/lokale-monitor-wonen. Het is in eerste instantie aan huurder en verhuurder om ervoor te zorgen dat de huurder hierdoor niet in financiële problemen komt. De verhuurder kan de huurprijs verlagen of de huurder begeleiden bij het vinden van een andere, passender woning. Indien nodig kunnen we hier met de woningcorporaties een prestatieafspraak over maken. In 2021 krijgen huurders die te duur wonen op grond van de “Wet eenmalige huurverlaging huurders met een lager inkomen” automatisch een huurverlaging.

Rechtspraak bij dit artikel