Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Mens als gebruiker van de buitenruimte tijdens donkerte

Onderdeel van Beleidsplan openbare verlichting 2018-2027

Openbare verlichting en de bijdrage aan veiligheid Openbare verlichting is bedoeld voor de gebruikers van de openbare ruimte tijdens duister. De gemeente levert op deze wijze een bijdrage aan de verkeers- en sociale veiligheid tijdens deze momenten. Sociale veiligheid Sociale veiligheid, of de beleving ervan, heeft een relatie met criminaliteit, gevaar en overlast van (andere) mensen. Dit heeft dus primair te maken met aan de ene kant het zelf kunnen anticiperen op potentieel ongewenst gedrag van de medeweggebruiker, of het aanschouwelijk maken van ongewenst gedrag tussen twee personen aan derden. Een donker afgelegen fietspad of tunneltje voelt onveiliger dan een goed verlichte straat. Het plaatsen van openbare verlichting uit oogpunt van sociale veiligheid is met name voor de gemeente relevant, aangezien het overgrote deel van de verlichting om en nabij bewoning is gesitueerd. Zonder sociale controle geen sociale veiligheid Verlichting heeft een beperkt effect op de daadwerkelijke veiligheid. Verlichting draagt alleen bij aan de sociale veiligheid als ook sprake is van sociale controle: “zien en gezien worden”. Wanneer er geen sprake is van sociale controle, bijvoorbeeld bij parken of wegen in buitengebieden, is het beter om, indien mogelijk, alternatieve (fiets)routes te stimuleren waar verlichting én sociale controle aanwezig zijn. Verkeersveiligheid Het bijdragen aan verkeersveiligheid is eveneens een belangrijk doel van openbare verlichting. Bij verkeerswegen heeft verlichting tot doel: het verloop van de weg en de wegsituatie te overzien; andere verkeersdeelnemers waar te nemen; de eigen positie op de weg waar te nemen. Naast een bijdrage aan een veilige en overzichtelijke afwikkeling van het verkeer, draagt openbare verlichting bij aan het rijcomfort van de verkeersdeelnemers. Het voorkomt daarmee een te hoge taakbelasting. Bij hogere verkeersintensiteit kan openbare verlichting de complexiteit van de rijtaak verminderen waardoor veiligheid en doorstroming verbeteren. Er zijn landelijke richtlijnen voor goede openbare verlichting (ROVL 20113ROVL 2011 is een richtlijn voor openbare verlichting. Deze wordt landelijk door overheden gehanteerd en is uitgevaardigd door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. Op dit moment zijn er geluiden uit de markt in hoeverre de oplossingen die worden geboden vanuit de ROVL in voldoende mate aansluiten op de behoeftes van beheerders en burgers.). Deze beschrijven met name de toe te passen lichtniveaus in bepaalde situaties en onder bepaalde omstandigheden. Ook Nuenen verlicht in de geest van deze richtlijn en gaat hier pragmatisch mee om. Sfeer en ambiance Bij de keuze voor verlichting gaat de gemeente uit van goede verlichting, laag onderhoud en energie zonder dat deze overdag al te veel opvalt in het straatbeeld. Winkel- en uitgaanscentra vragen in de regel om een andere benadering. Hier worden veelal andere eisen gesteld aan de inrichting van de openbare ruimte. Dit geldt ook voor de verlichting. Extra aandacht aan de inrichting van het centrum maakt de openbare ruimte zichtbaar en leesbaar na zonsondergang en creëert een veilig gevoel. Naast de historische, toeristische, sociale en recreatieve meerwaarde, draagt een mooie verlichte openbare ruimte een identiteit uit naar de burger en bezoeker. Met decoratieve armaturen en masten of het met licht accentueren van markante gebouwen kan in combinatie met openbare verlichting een aantrekkelijk geheel gerealiseerd worden.

Rechtspraak bij dit artikel