De OVL-installatie van de gemeente Nuenen kamt met een aanzienlijke achterstand in vervanging. Voor alle hierna te benoemen scenario’s geldt dat de veiligheid van de installatie wordt geborgd door het vervangen van te oude apparatuur. Hiermee beperkt de gemeente de risico’s als gevolg van aanraakgevoeligheid van elektrische delen en het afbreken of omvallen van masten en armaturen. De maatregelen voor beheer, zoals benoemd in paragraaf 2.3, zijn hiertoe de basis.
In het navolgende worden de volgende scenario’s voor renovatie uitgewerkt:
vervangen van oude masten en armaturen;
als 1, met extra aandacht voor reductie op onderhoud en energie door vervroegde vervanging van armaturen op verkeerswegen;
3.3.1 Scenario 1: vervangen van de oude masten en armaturen
Uitgangspunt bij instandhouding is datasten en armaturen in groepen worden vervangen, zodat het wegbeeld uniform blijft. Ongewenste diversiteit van masten en armaturen per straat wordt zo tegengegaan.
De vervangintervallen zijn gebaseerd op landelijk gehanteerde uitgangspunten en ervaringen van de gemeente. Fabrikanten gaan bij de constructie van hun producten ook uit van de genoemde minimale vervangingsintervallen. Om efficiënt te vervangen, kan enig uitstel na de vervanglevensduur in de regel niet al te veel kwaad. Om risico's tot omvallen van masten of afbreken van armaturen of delen ervan te beperken, is het raadzaam de genoemde vervangingsintervallen te gebruiken bij budget- en planvorming.
Bij het bepalen van de vervangingen van masten en armaturen is zowel gekeken naar de geconstateerde kwaliteit van de masten en armaturen alsook de leeftijd11Aangezien niet van alle objecten leeftijdsgegevens bekend zijn, is bij het bepalen van de te vervangen masten en armaturen ook gebruik gemaakt van de kwaliteitscijfers die in 2009 zijn opgenomen..
Tot 2027 komen bij het eerste scenario 1.567 masten en 2.245 armaturen voor vervanging in aanmerking.
De jaarlijkse investeringskosten voor Scenario 1 bedragen € 177.000, voor een periode van 10 jaar.
CO2 reductie
Naast de kosten- en energiebesparing is ook een inschatting gemaakt voor de reductie van CO2 uitstoot als direct gevolg van het verlaagde energieverbruik. Gerekend is met 0,4 kg CO2 per kWh elektrische energie.
3.3.2 Scenario 2: verhogen duurzaamheidambitie
In dit tweede scenario wordt naast het vervangen van oude OVL de focus gelegd op armaturen met een hoog energieverbruik. Door hier led toe te passen, kan een grote energiebesparing per vervangen armatuur behaald worden. Hiermee wordt de bijdrage aan de gemeentelijke duurzaamheidambities verhoogd. Armaturen waarvoor dit geldt zijn die met SON-lichtbronnen. Deze zijn in de regel gesitueerd op hogere lichtmasten. Dit soort armaturen komen bijvoorbeeld op de Beekstraat voor (zie foto).
Google maps: Beekstraat Nuenen
Tot 2027 komen bij tweede scenario 1628 masten en 3001 armaturen voor vervanging in aanmerking.
Een relatief laag extra jaarlijks investeringsbedrag over een periode van 10 jaar (ca. € 33.000 per jaar) levert naar verhouding (ten opzichte van scenario 1) een flinke energie- en kostenbesparing per jaar op. De extra te vervangen armaturen zijn relatief duur in onderhoud en verbruiken veel energie. Dit is terug te zien in de besparingscijfers.
Met dit scenario reduceert de gemeente de risico’s als gevolg van de verouderde installatie. Ook loopt de gemeente hiermee in pas (na renovatie) met het energiebesparingsdoel van de SER in 2030: 50% energiebesparing ten opzichte van 2013.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Risico-vermijdende renovatiescenario’s
Onderdeel van Beleidsplan openbare verlichting 2018-2027