Afb. 8: Mogelijke plaatsingsopties binnen een bouwperceel of denkbeeldige rechthoek. De exacte positionering vraagt maatwerk. (De schema’s zijn niet persé noord-zuid georiënteerd.)
Afb. 9: de turbine(s) staat/staan op een ondergeschikte positie ten opzichte van het voorerf, ontsluitingswegen en omwonenden (verbeeld door een huisje in de schema’s). De exacte positionering vraagt maatwerk. (De schema’s zijn niet persé noord-zuid georiënteerd.)
Afb. 10: ranke vorm, taps toelopend
Afb. 11: de mast is dicht en heeft een ronde doorsnede, of bij benadering een ronde doorsnede.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.5 Opties qua plaatsing en hoofdvorm gevisualiseerd
Artikel 4.2.5 Opties qua plaatsing en hoofdvorm gevisualiseerd
Onderdeel van Beleidsregel toetsingskader kleine windturbines