Het college kan voor de in artikel 5, tweede lid aangewezen locaties nader aangeven welke gronden door welke onderneming in gebruik genomen mogen worden.
Indien het college geen gebruik maakt van het bepaalde in het eerste lid, dan maken ondernemers gezamenlijk afspraken over het gebruik van aangewezen locaties waar eilandterrassen zijn toegestaan.
Onverminderd het vorige lid hebben ondernemers in beginsel het eerste recht op het gebruik van dat deel van de in artikel 5, tweede lid benoemde locaties dat recht voor hun inrichting is gelegen.
Ondernemers mogen de zone voor een andere inrichting (al dan niet tijdelijk) gebruiken voor een eilandterras, indien daar met de ondernemer die daar conform het vorige lid eerste gebruikrechten aan ontleend overeenstemming over wordt bereikt.
Voor overeenkomsten zoals bedoeld in het tweede en vierde lid en daaruit voortvloeiend gebruik van in artikel 5, tweede lid aangewezen locaties voor eilandterrassen mogen geen kosten worden gerekend tussen ondernemingen.