Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 3.5

Onderzoek

Onderdeel van Verordening jeugdhulp 2022

1.. Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de jeugdige en/ of ouder(s) zo spoedig mogelijk en voor zover nodig in het kader van de hulpvraag: a.. Welke gemeente verantwoordelijk is op grond van het woonplaatsbeginsel; b.. Wat de hulpvraag is van de jeugdige en/ of ouder(s); c.. Of de jeugdige en/ of ouder(s) tot de doelgroep van de wet behoort; d.. Of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, een licht verstandelijke beperking, psychische problemen en/of stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn; e.. Welke hulp naar aard en omvang nodig is om, rekening houdend met zijn leeftijd en ont-wikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; f.. In hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen toereikend zijn; g.. Of de jeugdige en/ of ouder(s) aanspraak kan maken op voorliggende voorzieningen; h.. Of de jeugdige en/ of ouder(s) aanspraak kan maken op algemene voorzieningen; i.. Of specifieke deskundigheid is vereist, in dat geval zal een specifiek deskundig oordeel en advies worden opgevraagd. 2.. Bij het onderzoek naar de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/ of ouder(s) dient het college de volgende vragen te onderzoeken: a.. Is de ouder in staat de noodzakelijke gebruikelijke of bovengebruikelijke hulp te bieden? b.. Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? c.. Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op? d.. Ontstaan er (financiële) problemen in het gezin als de hulp door de ouder wordt geboden? 3.. Het college kan, met instemming van de jeugdige en/ of ouder(s), informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de huisarts, en met deze in gesprek gaan over de problemen en de meest aangewezen hulp. 4.. Het college en de jeugdige en/of ouder(s) leggen de zaken genoemd in het eerste lid vast in het ondersteuningsplan. 5.. Met toestemming van de jeugdige en/of ouder(s) worden in het ondersteuningsplan afspraken opgenomen over het moment en de wijze waarop de resultaten van het ondersteunings-plan met de jeugdige en/of ouder(s), deskundigen of de vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling en de jeugdhulpaanbieder besproken worden. 6.. De gemeente hoeft alleen een voorziening voor jeugdhulp te treffen als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is. 7.. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel