Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Onderscheid formele aanbieder en informele aanbieder

Onderdeel van Verordening jeugdhulp 2022

1.. Van een formele aanbieder is sprake indien de hulp verleend wordt door één van de onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: a.. Personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante zorggerelateerde diploma’s en een recent afgegeven VOG die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; b.. Personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP). Daarnaast moeten deze personen ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante zorggerelateerde diploma’s en recente VOG die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; c.. Personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. 2.. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is er altijd sprake van een informele aanbieder. 3.. Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1 onder a, b of c, is sprake van informele aanbieder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel