Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.4

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening en intrekking

Onderdeel van Verordening jeugdhulp 2022

1.. Degene aan wie een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht onverminderd artikel 8.1.2 van de wet op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 2.. Het college kan onverminderd artikel 8.1.4 van de wet een besluit met betrekking tot een individuele voorziening herzien of intrekken als het college vaststelt dat: a.. de jeugdige en/ of ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b.. de jeugdige en/ of ouder(s) niet langer op de individuele voorziening en het eventuele daarmee samenhangende Pgb zijn aangewezen; c.. de individuele voorziening en het eventuele daarmee samenhangende Pgb niet meer toereikend is te achten; d.. de jeugdige en/ of ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het Pgb, of e.. de jeugdige en/ of ouder(s) de individuele voorziening en het eventuele daarmee samenhangende Pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3.. Als het college een besluit op grond van het tweede lid onderdeel a heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldwaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten individuele voorziening of het teveel of ten onrechte genoten Pgb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel