In onderstaand schema wordt per soort overtreding aangegeven op welke wijze hier mee om wordt gegaan. Handhaving van een overtreding vindt plaats overeenkomstig onderstaande tabel:
Overtreding
Eerste constatering
Tweede constatering
Derde constatering
Vierde constatering
Niet correct of onvolledig bijhouden in- en/ of verkoopregister, zie art 2:67 APV (waaronder identificatieplicht)
Bestuurlijke waarschuwing
Bestuurlijke waarschuwing
Sluiting voor een maand
Sluiting voor drie maanden
Nalaten melding te doen indien redelijkerwijs kan worden vermoed dat het goed van een misdrijf afkomstig is.
Bestuurlijke waarschuwing
Sluiting voor een maand
Sluiting drie maanden
Sluiting onbepaalde tijd
Het verwerven van een goed van een minderjarige
Bestuurlijke waarschuwing
Sluiting voor een maand
Sluiting drie maanden
Sluiting onbepaalde tijd
Ingekocht goed korter dan drie dagen onder zich houden
Bestuurlijke waarschuwing
Sluiting voor een maand
Sluiting drie maanden
Sluiting onbepaalde tijd
Nalaten medewerking te verlenen aan de toezichthouder bij de controle van het in- en of verkoopregister
Bestuurlijke waarschuwing
Sluiting voor een maand
Sluiting drie maanden
Sluiting onbepaalde tijd
Niet- naleven last toezichthouder tot langer onder zich houden van een verdacht goed dan wel een andere aanwijzing uit de last
Bestuurlijke waarschuwing
Sluiting voor een maand
Sluiting drie maanden
Sluiting onbepaalde tijd
Heling
Sluiting voor een maand
Sluiting drie maanden
Sluiting onbepaalde tijd
-
Geldigheidstermijn overtreding
Voor deze beleidsregel geldt dat een overtreding drie jaar blijft staan en gedurende deze periode meegenomen wordt om een volgende stap te zetten in voorgaand schema.
Afwijkingsbevoegdheid
De burgemeester heeft bij de besluitvorming over een te treffen maatregel een inherente afwijkingsbevoegdheid. De stappen in het handhavingsarrangement gelden daarbij als uitgangspunt. Als feiten en/of omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de burgemeester afwijken van het uitgangspunt, door te kiezen voor een zwaardere of minder zware maatregel. Bij het kiezen voor een zwaardere maatregel kan de burgemeester bijvoorbeeld besluiten om een stap over te slaan en niet eerst te waarschuwen, terwijl dit wel als stap in deze beleidsregel is opgenomen. Voorbeelden van verwarrende feiten en omstandigheden (niet limitatief) zijn:
- Meerdere, al dan niet gelijktijdige, overtredingen uit de handhavingsmatrix, ook als niet eerder bestuurlijk is opgetreden;
- De constatering van andere/ meerdere strafbare feiten die aan de handelaar of het pand zijn gerelateerd;
- Het voorhanden hebben van een goed afkomstig van een misdrijf;
- Omvang en eventuele gevolgen van de overtreding;
- Aanwijzingen/ vermoedens van verwijtbaar gedrag van de handelaar of degenen die voor hem werken;
- Verkrijgen van een gestolen goed van een minderjarige.
Zorgvuldigheid
Voorafgaand aan een besluit tot het nemen van een eventuele maatregel worden de handelaar en overige belanghebbenden uitgenodigd een zienswijze in te dienen. Na afloop van de zienswijzetermijn worden alle feiten en omstandigheden afgewogen. Vervolgens neemt de burgemeester een beslissing. Het besluit wordt bekendgemaakt aan de handelaar, de politie en eventuele belanghebbenden, zoals de pandeigenaar.