Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Verspreiden van bagger op aan dezelfde watergang grenzende percelen

Onderdeel van Bodemkwaliteitskaart PFAS Albrandswaard

De Regeling bodemkwaliteit bevat een afzonderlijke normering voor het verspreiden van bagger op aan dezelfde watergangen grenzende percelen. Het is volgens het Besluit bodemkwaliteit niet toegestaan om in gebiedsspecifiek beleid strengere normen vast te leggen dan deze ‘maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel’. Deze normen voor het verspreiden van bagger bestaan uit: een modelmatige berekening van de ecologische risico’s, aangeduid als msPAF (meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie); afzonderlijke samenstellingswaarden voor cadmium en minerale olie. Daarnaast mag (ongeacht de uitkomst van msPAF) voor geen enkele stof het gehalte hoger zijn dan de interventiewaarde; de Achtergrondwaarde voor de overige, niet in de msPAF-berekening opgenomen stoffen. Het tijdelijk handelingskader vermeldt voor het verspreiden van bagger op aan dezelfde watergang grenzende percelen de 3/7/3/3 waarden. Deze 3/7/3/3 waarden zijn gebaseerd op een risicomodelering van het RIVM voor de bodemfuncties landbouw en natuur (lit. 13). Voor het verspreiden van bagger op aan dezelfde watergang grenzende percelen hanteert de gemeente de 3/7/3/3 waarden zoals vermeld in het tijdelijk handelingskader. De verwachting is dat deze 3/7/3/3 waarden in april 2021 als normering voor het verspreiden van bagger worden opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Verder sluit dit aan bij de algemene toepassingsnormen uit paragraaf 4.1. Geen geografische verruiming van de 3/7/3/3 waarden In het ontwerp van het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet wordt bij het verspreiden van bagger het begrip ‘aan dezelfde watergang grenzend perceel’ losgelaten. In plaats daarvan bevat het Aanvullings-besluit een geografische verruiming waarbij de verspreidingsnormen gelden tot 10 km van de plek waar de bagger vrijkomt. Bij het in werking treden van de Omgevingswet nemen de BAR-gemeenten deze geografische verruiming niet over. In veel gevallen gelden de 3/7/3/3 waarden al als algemene toepassingsnormen. Op grond daarvan kan bagger die in één van de BAR-gemeenten vrijkomt overal in deze drie gemeenten worden toegepast met de 3/7/3/3 waarden als norm waaraan wordt getoetst. Voor het ‘verspreiden’ van bagger afkomstig van buiten het bodembeheergebied blijven in het buitengebied de landelijke achtergrondwaarden voor PFAS de norm. Dit laatste afgezien van de incidentele situatie van aan dezelfde watergang grenzende percelen bij de gemeentegrens.

Rechtspraak bij dit artikel