Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1

Algemeen

Onderdeel van Standplaats- en ventvergunningenbeleid 2022

Naast het aanbieden van goederen en diensten in winkels en op de wekelijkse warenmarkt, zijn er nog een viertal manieren om deze aan de man te brengen: het aanbieden van goederen en diensten vanaf een vaste commerciële standplaats; het aanbieden van goederen en diensten vanaf een incidentele commerciële standplaats; het aanbieden van goederen en diensten vanaf een incidentele niet-commerciële standplaats; het aanbieden van goederen en diensten door te venten. Deze vormen van het aanbieden van goederen of diensten kunnen een waardevolle toevoeging zijn voor Sliedrecht: het kan de gemeente verlevendigen, bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte en het voorzieningenaanbod verrijken. Om evenwel een onevenredige aantasting van de voorzieningenstructuur te voorkomen en om overlast, zoals parkeren, verkeer, stank, hinder en/of uitzicht te beperken zijn standplaatsen en venten slechts onder voorwaarden toegestaan. Het college kan een vergunning verlenen voor venten of het innemen van een standplaats op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Sliedrecht (hierna: APV); zonder vergunning is venten of het innemen van een standplaats verboden. Op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het college de uitoefening van deze bevoegdheid regelen door beleidsregels vast te stellen. De meest recente beleidsregels ten aanzien van standplaatsen dateren uit 2012. Inmiddels voldoen deze beleidsregels niet meer aan de geldende regelgeving en actuele situatie, waardoor deze toe zijn aan actualisatie. Uit recente jurisprudentie volgt dat standplaatsen schaarse vergunningen zijn en dat moet worden voldaan aan de Europese Dienstenrichtlijn. Dit betekent onder meer gelijke kansen op standplaatsvergunning voor alle gegadigden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel