De bepalingen in de APV met betrekking tot het innemen van een standplaats hebben als doel de ordening van de straathandel en zijn gebaseerd op de regulerende bevoegdheid van de gemeente van zaken die tot haar huishouding behoren. Daarnaast vormen de besluiten op grond van de Wet ruimtelijke ordening, zoals een bestemmingsplan, een zelfstandige toetsingsgrond. Dit betekent dat bij de beoordeling van een aanvraag voor een vergunning voor het innemen van een standplaats altijd gelet moet worden op de voorschriften die uit het desbetreffende ruimtelijke plan voortvloeien (art. 5:18 lid 2 APV).
Als bijvoorbeeld het bestemmingsplan standplaatsen ter plaatse niet toelaat, is het moeilijk uit te leggen dat de vergunning weliswaar wordt verleend, maar dat daarvan geen gebruik gemaakt kan worden wegens strijd met het bestemmingsplan. Strijd met het bestemmingsplan, de beheersverordening, het exploitatieplan of het voorbereidingsbesluit is daarom als "imperatieve weigeringsgrond" opgenomen: de vergunning moet worden geweigerd als er strijdigheid is. Art. 5:18 lid 4 APV maakt hierbij een uitzondering voor incidentele of seizoensstandplaatsen.
Om alsnog een standplaats te kunnen innemen op een locatie waar dat in het bestemmingsplan aanvankelijk niet is toegestaan, is – onder de huidige systematiek van de bestemmingsplannen – dus eerst een omgevingsvergunning nodig die (tijdelijk) de strijdigheid met het bestemmingsplan opheft. Om tijdelijk – in afwachting van de opname in een Omgevingsplan – af te wijken van het bestemmingsplan is een omgevingsvergunning noodzakelijk waarbij de reguliere procedure van toepassing is. Om definitief (niet-tijdelijk) af te wijken van het bestemmingsplan is een omgevingsvergunning noodzakelijk die tot stand komt met een uitgebreide procedure. Enkel al om de kosten die deze procedure met zich meebrengt is een aanvraag voor een dergelijke vergunning niet te verwachten. Met de omzetting naar het Omgevingsplan ontstaat naar verwachting meer flexibiliteit om nieuwe vaste standplaatsen planologisch in te passen.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.4.1
Bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit
Onderdeel van Standplaats- en ventvergunningenbeleid 2022