De vergunning wordt ingetrokken indien:
Gebleken is dat een ander dan de vergunninghouder de standplaats in gebruik heeft genomen zonder dat daarvoor ontheffing is verleend;
Bij herhaaldelijk overtreden van de vergunningvoorschriften en/of het beleid;
Als de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
Als ter verkrijging van de vergunning onjuiste, dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
Bij het niet of niet tijdig betalen van de verschuldigde leges;
De vergunninghouder gedurende een aaneengesloten periode van twee maanden geen standplaats heeft ingenomen;
Indien er sprake is van onderlinge geschillen die na tussenkomst van een mediator niet zijn opgelost.
Het college kan, als zij onverwijld optreden noodzakelijk acht, de vergunninghouder in afwachting van de besluitvorming, het recht ontzeggen om de standplaats gedurende een periode van maximaal vier weken daadwerkelijk te gebruiken. Als tijdelijke of permanente omstandigheden het noodzakelijk maken, kan het college wijziging aanbrengen in de situering van de toegewezen locatie en elders een locatie aanwijzen.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.9
Wijzigen of intrekken vergunning
Onderdeel van Standplaats- en ventvergunningenbeleid 2022