Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Afstand doen of inbeslagname

Onderdeel van Beleidsregels hinderlijke en gevaarlijke honden

Als de eigenaar of houder van een hond, die op grond van deze beleidsregels door de burgemeester is aangemerkt als gevaarlijk, in strijd met de opgelegde maatregel handelt en de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, wordt de houder of eigenaar gevraagd om vrijwillig afstand te doen van zijn hond. De burgemeester kan besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van een hond op grond van artikel 125 lid 3 Gemeentewet, artikel 5:21 Awb en/of 5:31, tweede lid, van de Awb, of artikel 172 Gemeentewet: als de in het eerste lid genoemde situatie zich heeft voorgedaan en de eigenaar of houder hierop niet vrijwillig afstand doet van de hond, of; bij (zeer ernstige vrees voor het ontstaan van) een zeer ernstig bijtincident. Bij het in het tweede lid, onder a en b, omschreven onvrijwillig in beslag nemen van de hond geeft de burgemeester opdracht de hond te laten onderwerpen aan een gedragstest uitgevoerd door een gedragskliniek van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Wanneer uit de gedragstest, als bedoeld in het derde lid, blijkt dat de hond niet kan worden herplaatst bij een andere eigenaar of anderszins het risico op bijtincidenten kan worden voorkomen, blijft de hond in de betreffende opvang/verblijf. De kosten van vervoer, opvang/verblijf, (medische) verzorging, gedragstest, eventuele overige noodzakelijke kosten na inbeslagname en eventueel de kosten voor het laten uitvoeren van euthanasie komen volledig voor rekening van de eigenaar of houder van de hond en worden op hem/haar verhaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel