Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4

Artikel 4.4.4

Asbest

Onderdeel van Bodemkwaliteit bij bouwen

Een goed uitgevoerd historisch onderzoek conform de NEN 5725 bevat ook een terreininspectie waarbij het gehele terrein visueel geïnspecteerd wordt op asbest (paragraaf 5.2.3 van de NEN 5725 in combinatie met bijlage E van de NEN 5725). Indien er: bij deze locatie-inspectie geen asbestverdachte materialen/deeltjes worden aangetroffen, en uit andere hoofde geen verdenking is voor asbest (slootdempingen, stortingen, bekende ophogingen met bouw- en sloopafval), kan asbestonderzoek achterwege worden gelaten. Is er wel een “verdacht-asbest-object” aanwezig of is geweest (bijvoorbeeld een puinverharding, demping) dan is het afhankelijk van of er gegraven gaat worden in dit object of asbestonderzoek uitgevoerd moet worden. Indien er: niet gegraven wordt in het asbest-verdachte object, en er is visueel geen asbest aanwezig, kan asbestonderzoek achterwege worden gelaten. Bijvoorbeeld: oprit van puinverharding/grind aanwezig op boerenerf. Visueel is geen asbest waarneembaar en er gaat niet gebouwd worden op de oprit: asbestonderzoek is in het kader van de bouw van woning niet nodig. Indien er wel een deel van de oprit bebouwd gaat worden of visueel is asbest aanwezig, dan is wel asbestonderzoek conform de NEN 5707 [7] noodzakelijk. 1 Minimaal op basis van een goed uitgevoerd standaard NEN 5725 2 Bij een woonhuis: het woonhuis èn de daarbij horende tuin 3 Bekendste voorbeeld is een asbest beschoeiing 4 Wel NEN 5740 onderzoek met standaard stoffenpakket 5 Wel NEN 5740 onderzoek met standaard stoffenpakket van de bodemlaag onder de verharding

Rechtspraak bij dit artikel