Basis: artikel 20 en 29 van de Verordening
Ouders die aanspraak willen maken op aangepast vervoer, dienen bij de eerste aanvraag een verklaring mee te zenden waarin wordt onderbouwd waarom voor de leerling aangepast vervoer noodzakelijk is. Er zijn situaties waar aanvullende bewijsstukken kunnen worden gevraagd zoals: Een toelatingsverklaring van het samenwerkingsverband mee te zenden, het door de school opgestelde ontwikkelingsperspectief, een recente verklaring van een arts, specialist of andere deskundige over de aard van de handicap van de leerling.
Daarnaast zal bij de overgang naar een ander schooltype of van speciaal onderwijs naar voortgezet speciaal onderwijs een dergelijke verklaring moeten worden overlegd. Zonder deze bewijsstukken wordt een aanvraag niet in behandeling genomen.
toelichting
In de artikelen 20 en 29 wordt aangegeven dat leerlingen op basis van hun handicap aanspraak kunnen maken op aangepast vervoer. In beide artikelen gaat het om leerlingen die, gelet op hun lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap, niet in staat zijn - ook niet onder begeleiding - van het openbaar vervoer gebruik te maken. Het college behoudt zich het recht voor om een onafhankelijk advies aan te vragen
Artikel 6.
Beoordeling noodzaak aangepast vervoer op basis van handicap
Onderdeel van Nadere Beleidsregels Leerlingenvervoer Molenlanden 2022