Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening als:
De inwoner niet langer tot de doelgroep behoort;
De inwoner zich ten opzichte van de medewerkers van de gemeente misdraagt;
De inwoner in staat is om zijn schulden zelf of via diens netwerk te regelen;
De geboden bemiddeling, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de inwoner, niet (langer) doelmatig is;
De inwoner hier nadrukkelijk om verzoekt;
Een nieuwe schuld is ontstaan tijdens de looptijd van het minnelijk traject;
Blijkt dat de inwoner informatie heeft achtergehouden of onjuiste en/of onvolledige informatie heeft verstrekt;
Schuldeiseres) niet akkoord gaat(n) met het voorstel van het college in het minnelijk traject;
Er tijdens het traject een fraudevordering is ontstaan, waarvan het bestuursorgaan heeft vastgesteld dat belanghebbende opzettelijk heeft gefraudeerd.
De inwoner de beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken om de schulden af te lossen;
Blijkt dat de inwoner schuldhulpverlening krijgt op grond van onjuiste gegevens;
Het minnelijk traject niet geslaagd is en de inwoner gebruik wil maken van het wettelijk schuldsaneringstraject (WSNP);
De inwoner verhuist naar buiten de gemeente vóór het aangaan van de schuldregelingsovereenkomst. Een traject van schuldhulpverlening stopt van rechtswege bij het overlijden van de inwoner.
Beëindiging vindt altijd plaats op basis van een beschikking van het college.
Artikel 11.
Beëindigingsgronden
Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Steenbergen 2021