Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3.

Minimale eisen om in aanmerking te kunnen komen voor een borgstelling of lening

Onderdeel van Financieel beleid 2022

3.3.1.. De aanvrager is een rechtspersoon naar burgerlijk recht en heeft geen winstoogmerk. 3.3.2.. De investering waarvoor een borgstelling of lening wordt gevraagd past binnen het gemeentelijke beleid. Daarnaast is sprake van een zodanig gemeentelijk belang dat de gemeente bereid is het tot stand komen van het project te stimuleren. 3.3.3.. De gemeente kan (enige) invloed uitoefenen op het betreffende beleidsterrein. 3.3.4.. Het risico is voor de gemeente overzienbaar en aanvaardbaar en wordt zoveel mogelijk beperkt. 3.3.5.. De aanvrager is bereid maximale zekerheden ten behoeve van de gemeente te verlenen. Bij investeringen in vastgoed wordt hypothecaire zekerheid verleend. Als de gemeente garant staat voor 50% of meer wordt (gedeelde) 1e hypothecaire zekerheid verleend. 3.3.6.. Het wettelijk maximum in de Wet normering topinkomens (WNT) wordt bij aanvrager niet overschreden. 3.3.7.. De aangevraagde borgstelling of lening heeft een looptijd van maximaal de economische levensduur van de investering die ermee wordt gefinancierd. Er wordt tussentijds afgelost op de lening. De afschrijvingstermijn van de investering is maximaal de termijn die de gemeente hanteert voor dergelijke investeringen.

Rechtspraak bij dit artikel