**5.1.1..** Cashmanagement: het beheer van geldstromen en daaruit voortvloeiende saldi en liquiditeitsposities tot één jaar.
**5.1.2.** Financiering: het aantrekken van de financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.
**5.1.3..** Derivaten: Derivaten zijn financiële instrumenten belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices.
**5.1.4..** Kasgeldlimiet: een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. De kasgeldlimiet beperkt het renterisico op de netto vlottende schuld.
**5.1.5..** Koersrisicobeheer: het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koers- ontwikkelingen.
**5.1.6..** Kredietrisicobeheer: het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit.
**5.1.7..** Liquiditeitenbeheer: het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode van één jaar.
**5.1.8..** Netto vlottende schuld: de netto vlottende schuld is het gezamenlijk bedrag van:
de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van korter dan één jaar;
de schuld in rekening-courant;
de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden, en
overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste schuld; verminderd met het gezamenlijk bedrag van:
de contante gelden in kas;
de tegoeden in rekening-courant, en
de overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar.
**5.1.9..** Renterisico: mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van de gemeente verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
**5.1.10..** Renterisiconorm: een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van het begrotingstotaal van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld.
**5.1.11..** Risicobeheer: dit is een deelfunctie van treasury en omvat alle activiteiten die zich richten op het beheersen van financiële risico’s te weten renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, intern liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s.
**5.1.12..** Treasuryfunctie: alle activiteiten gericht op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit 4 deelfuncties: cashmanagement, financiering, renterisicobeheer en relatiebeheer.
**5.1.13..** Uitzetten / beleggen: het tijdelijk toevertrouwen van tijdelijk overtollige middelen aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen.
**5.1.14..** Valutarisicobeheer: het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment.
5.1.15. Wet Fido: Wet financiering decentrale overheden.