Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9.

Artikel 9.4.

Dubieuze debiteuren

Onderdeel van Financieel beleid 2022

9.4.1.. Aan het einde van elk boekjaar wordt door groep invordering de openstaande posten ouder dan drie maanden (peildatum 1 oktober) toegevoegd aan de voorziening dubieuze debiteuren, tenzij de budgethouder of deelbudgethouder zwaarwegende argumenten hebben om dit niet te doen. Hij /zij zal deze argumenten schriftelijk moeten onderbouwen. Openstaande posten jonger dan drie maanden worden individueel beoordeeld of er een risico op oninbaarheid aanwezig is. Deze worden ook toegevoegd aan de voorziening dubieuze debiteuren. 9.4.2.. In afwijking van het bepaalde in artikel 9.4.1 worden de dubieuze debiteuren voor Sociale Zaken bepaald op basis van een oninbaarheidspercentage per categorie vordering. 9.4.3.. In afwijking van het bepaalde in artikel 9.4.1. worden de dubieuze debiteuren voor de vorderingen welke worden geïnd door de BWB op bepaald door het percentage dubieuze debiteuren die voor de overige vorderingen binnen de Gemeente wordt berekend, te berekenen over de openstaande vorderingen van de BWB. 9.4.4.. Het saldo van de voorziening dient toereikend te zijn voor het saldo van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden, danwel de afwijkende berekeningssystematiek voor de vorderingen Sociale Zaken en BWB. Mocht dit niet toereikend zijn, dan wordt de voorziening opgehoogd ten laste van het budget van de afdeling van de budgethouder of deelbudgethouder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel