1.Algemene bepalingen
a.Geen ondersteuning mogelijk vanuit het eigen sociaal netwerk
Bijzondere bijstand is in principe mogelijk als belanghebbende redelijkerwijs geen beroep kan doen op ondersteuning vanuit het eigen sociale netwerk. Bij het beoordelen van het recht wordt onderzocht of het sociale netwerk van belanghebbende, in relatie tot de kosten, een rol kan spelen in het beperken of voorkomen van bijzondere bijstand.
b.De kosten moeten bijzonder zijn
De bijzondere individuele situatie van de belanghebbende en/of zijn gezin bepaalt of kosten als bijzonder kunnen worden aangemerkt. Ook door medische of sociale omstandigheden kunnen kosten als bijzonder worden aangemerkt.
c.De kosten moeten noodzakelijk zijn
Het is alleen mogelijk bijzondere bijstand te verlenen voor noodzakelijke kosten. Dit ter onderscheiding van wenselijke kosten. Om de noodzaak te bepalen, kan het college advies bij een externe deskundige inwinnen. In artikel 14 Participatiewet worden een aantal kosten genoemd die in ieder geval niet noodzakelijk zijn.
d.Oorzaak komt voort uit individuele omstandigheid
De in deze beleidsregels genoemde kosten kunnen, voor zover zij voldoen aan de nadere bepalingen die in deze regels zijn opgenomen, worden gezien als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan die naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit het inkomen en vermogen, zoals genoemd in aanmerking voor bijstandsverlening, conform de bepalingen die ter zake in de beleidsregels zijn opgenomen.
e.De kosten kunnen niet door de belanghebbende zelf worden betaald
Het college heeft in het kader van de bijzondere bijstand volledige vrijheid in de vaststelling van de draagkracht. Dit betekent dat het college zelf kan bepalen welk deel van de middelen bij de vaststelling van de draagkracht in aanmerking wordt genomen. In deze beleidsregels worden richtlijnen vastgesteld hoe om te gaan met het bepalen van het inkomen en het vermogen.
f.Vergoeding van de kosten
Door het aanvullende karakter en de vangnetfunctie van de wet, ligt ook het niveau van de voorzieningen op het niveau van het minimum. Dat wil zeggen dat de meest goedkope en eenvoudige voorziening die een adequate oplossing biedt voor noodzakelijke kosten, als passend wordt geacht.
g.Besparingskosten
Besparingskosten zijn kosten die als algemeen gebruikelijk beschouwd kunnen worden. Dit zijn kosten die een inwoner ook maakt als er geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn of waren. Bij een aanvraag om bijzondere bijstand, wordt nagegaan of er sprake is van besparingskosten. Van besparingskosten is bijvoorbeeld sprake bij orthopedisch schoeisel. Want iedereen besteedt van tijd tot tijd geld aan schoenen. De besparingskosten worden in mindering gebracht op de hoogte van de bijzondere bijstand. De hoogte van deze besparingskosten wordt vastgesteld op basis van het bedrag dat hiervoor in de Nibud prijzengids is vermeld.
h.Voorliggende voorziening
Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als er sprake is van een voorliggende voorziening, die voor een belanghebbende en/of zijn gezin gezien haar aard en doel passend en toereikend kan worden geacht.
i.Vorm bijzondere bijstand
De bijzondere bijstand wordt verstrekt als een uitkering om niet, tenzij anders bepaald in deze beleidsregels en/of naar het oordeel van het bestuur ten aanzien van belanghebbende zich omstandigheden voordoen als bedoeld in artikel 48, lid 2 Participatiewet.
j.Eigen risico zorgverzekering
Voor het eigen risico in de zorgverzekering wordt geen bijzondere bijstand verstrekt. Het verplichte eigen risico is een algemene maatregel die geldt voor alle verzekerden. Als men er daarnaast voor heeft gekozen een vrijwillig een hoger eigen risico af te sluiten, komt ook deze niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.
k. Wettelijke eigen bijdrage
Voor veel voorzieningen geldt een (inkomensafhankelijke) wettelijke eigen bijdrage. Denk aan de eigen bijdrage die vanuit de Wmo 2015 worden opgelegd voor maatwerkvoorzieningen, zoals bij hulp bij het huishouden.
l. Inkomensafhankelijke bijdrage
Vergoeding van de inkomensafhankelijke eigen bijdragen is niet mogelijk. Bovendien wordt vanuit de AV Frieso in deze kosten voorzien. Deelname aan deze collectieve aanvullende verzekering staat open voor personen met een inkomen tot 120% van de toepasselijke bijstandsnorm en weinig vermogen. Voor wettelijke eigen bijdragen wordt (zowel niet- als wel inkomensafhankelijke) geen bijzondere bijstand verleend.
2.Moment van aanvragen bijzondere bijstand (terugwerkende kracht)
Het wettelijke uitgangspunt is dat een aanvraag voor bijzondere bijstand ingediend moet zijn voordat de kosten zijn gemaakt.
Uit praktische overwegingen kan een aanvraag nog worden ingediend voor kosten die tot maximaal twee maanden voor de aanvraagdatum zijn opgekomen. Deze zogenaamde terugwerkende kracht beperkt zich tot kosten waarvan de noodzaak nog kan worden aangetoond.
Voorwaarde is dat de inwoner ten tijde van het ontstaan van de kosten niet over voldoende middelen beschikte. De terugwerkende kracht geldt in ieder geval niet voor de kosten van woninginrichting, omdat dit kosten zijn waarvan de noodzaak moeilijk aangetoond kan worden als de kosten eenmaal gemaakt zijn. Wanneer een inwoner een aanvraag indient voor kosten die langer dan twee maanden geleden zijn opgekomen, dan wel gemaakt, moet altijd onderzocht worden of er bijzondere omstandigheden dan wel dringende redenen zijn die bijstandsverlening rechtvaardigen.
Artikel 2.
Recht op bijzondere bijstand
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand De Fryske Marren 2022