**1..** Voor de vaststelling van het vermogen wordt uitgegaan van het middelenbegrip van artikel 31 en het vermogensbegrip van artikel 34 van de wet.
**2..** Hierbij wordt de waarde van vervoermiddelen op de volgende manier in aanmerking genomen:
een eerste voertuig wordt voor een alleenstaande of een gezin als algemeen gebruikelijk gezien, voor zover de waarde minder dan € 4000,00 is, en daarmee niet meegeteld bij de vaststelling van het vermogen;
de waarde van het voertuig, voor zover het meer bedraagt dan € 4.000,00, wordt tot het vermogen gerekend;
een eerste voertuig, ouder dan 10 jaar, wordt niet als vermogen in aanmerking genomen;
in geval van een oldtimer kan op dit laatste een uitzondering worden gemaakt.
**3..** Heeft men een eigen woning en is er overwaarde in de woning dan telt deze waarde voor de uitvoering van deze beleidsregels niet mee als vermogen.
Artikel 4
Vaststelling vermogen
Onderdeel van Beleidsregels eenmalige energietoeslag gemeente Westerkwartier 2022