Aan het college en de burgemeester blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen die zijn neergelegd in een document, gericht tot:
de Raad;
de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis;
de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen;
de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;
de vice-president van de Raad van State;
de president van de Algemene Rekenkamer;
enig bestuursorgaan van een provincie voor zover geen sprake is van een aanvraag voor een subsidie, vergunning, ontheffing of vrijstelling ten behoeve van de gemeente;
enig bestuursorgaan van een waterschap of een hoogheemraadschap;
de Nationale Ombudsman, voor zover het klachten tegen medewerkers van de gemeente zelf betreft.
Onverminderd het gestelde in het eerste lid is het mandaat niet van toepassing:
indien het een aangelegenheid betreft waarover door de raad in een eerder stadium vragen aan het college of de burgemeester zijn gesteld;
indien de verantwoordelijke portefeuillehouder namens het college beslist dat de aangelegenheid door het college moet worden afgedaan en indien de burgemeester beslist dat de aangelegenheid door hem moet worden afgedaan. De portefeuillehouder wordt tijdig geïnformeerd over gevoelige kwesties;
indien de aangelegenheid tot kritische berichtgeving in de media heeft geleid dan wel in verband met de aard van de aangelegenheid redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit zal gebeuren;
indien de aangelegenheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor een groot aantal burgers, bedrijven, verenigingen of belangengroepen van Zwijndrecht;
Artikel 3.
Algemene uitzonderingen van mandaat
Onderdeel van Mandaatbesluit Servicegemeente Dordrecht