Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Begeleiding

Onderdeel van BELEIDSREGELS LEERLINGENVERVOER ARNHEM 2022

Basis is artikel 9 van de Verordening Leerlingenvervoer Wanneer een leerling begeleiding nodig heeft tijdens het vervoer, is dat primair een taak en verantwoordelijkheid van de ouders. Zij zijn en blijven verantwoordelijk voor de schoolgang van hun kind. Als zij niet in staat zijn hun kind te begeleiden, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. Zo kan bijvoorbeeld ook een familielid, een kennis, een oppas, een van de buren of een ouder van een andere leerling de betreffende leerling begeleiden. Met de begeleiding van een jongere leerling door een oudere leerling moet uiteraard heel omzichtig worden omgegaan. Een en ander hangt af van factoren als leeftijd, verkeerssituaties en dergelijke. Wie de leerling ook begeleidt, de bekostiging vindt plaats aan de ouders van de leerling voor het deel van de reis, dat de leerling begeleidt wordt. Werk van ouders of anderszins ontslaat ouders niet van deze verantwoordelijkheid. Wanneer ouders zelf niet in staat zijn om begeleiding te bieden, is het hun verantwoordelijkheid iemand te zoeken, die deze taak van hen hetzij tijdelijk en/of deeltijds kan overnemen. De verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek blijft ingevolge de Leerplichtwet in alle gevallen bij de ouders/verzorgers liggen. Uitzondering Aangepast vervoer (taxibusje) kan worden toegewezen, als de draaglast voor ouders te groot is om te kunnen begeleiden. In dat geval wordt van ouders niet gevraagd om hun kind te begeleiden en wordt aangepast vervoer toegewezen. De draaglast wordt per geval bekeken en beoordeeld. Bij de beoordeling of begeleiden onmogelijk is of dat een gezin ernstig wordt benadeeld als ze moet zorgen voor de begeleiding van een kind naar (speciale scholen voor) basisonderwijs of het speciaal onderwijs, wordt er vanuit gegaan dat is voldaan aan het geldende afstandsregel (meer dan 6 kilometer). Aangepast vervoer (taxibusje) wordt in ieder geval toegekend als: het een eenoudergezin betreft waarin een 2e kind aanwezig is dat ouder is dan 9 jaar, dat door een medische aandoening extra zorg van de ouder nodig heeft en daardoor niet alleen naar school kan of alleen thuis kan blijven. Dit dient door een medische deskundige te worden vastgesteld en de ouder dient hiervoor een medische verklaring te leveren. De andere ouder (die op een ander adres woonachtig is) is niet in staat de benodigde begeleiding naar school te verzorgen. Ook moeten er geen andere oplossingen binnen het netwerk aanwezig zijn; door een medisch deskundige is vastgesteld dat er medische redenen zijn die ouders belemmeren het kind te kunnen begeleiden. Dit dient altijd vergezeld te gaan van een medische verklaring. Ook moeten er geen andere oplossingen binnen het netwerk aanwezig zijn; een ouder/begeleider meer dan 4 uur per dag (dus maximaal een uur per reis) kwijt is aan het begeleiden van het kind op de fiets of in het OV en de school meer dan 6 kilometer van de woning ligt. De bewijslast voor de genoemde voorwaarden ligt in alle genoemde gevallen bij de ouder die het leerlingenvervoer aanvraagt. Beschikbaarheid ouders Het feit dat beide ouders werken is op zichzelf geen reden om aangepast vervoer (taxibusje) toegewezen te kunnen krijgen. Voor het aantonen van de noodzakelijkheid van het moeten werken door ouders en daardoor niet kunnen brengen/begeleiden van het kind, is een werkgeversverklaring nodig. In deze verklaring moet staan wat de werktijden van de betreffende ouder zijn en waarom daarvan niet afgeweken kan worden. Zo’n verklaring maakt onderdeel uit van de totale afweging of er leerlingenvervoer wordt toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel