De uitgangspunten van het Europese Verdrag van Malta en de Monumentenwet 1988 zijn overgenomen in de gemeentelijke archeologische beleidsnota 'Verleden, heden en toekomst, Archeologiebeleid in Ede' (2003).
Gemeente Ede weegt bij (toekomstige) bodemingrepen het behoud van archeologische resten af tegen andere maatschappelijke belangen. Deze afweging vindt voor wat betreft alle bekende en te verwachten archeologische waarden, zoals weergegeven op de (vastgestelde) gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart (2005), in de meeste gevallen in het bestemmingsplan plaats. Uitzondering vormt een categorie archeologisch belangrijke terreinen die in de Monumentenwet 1988 is beschermd, namelijk de (46) archeologische rijksmonumenten. Over werkzaamheden op of nabij archeologische rijksmonumenten beslist namens de minister de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). (Her)inrichting van zandwegen zal slechts in een klein aantal gevallen tot gevolg hebben dat nog niet eerder geroerde bodem, waarin zich vanaf een gemiddelde diepte van 30 cm beneden maaiveld archeologische resten kunnen bevinden, wordt verstoord. Alleen wanneer in archeologiegevoelige gebieden, zoals in beschermde archeologische rijksmonumenten, bodemingrepen van enige omvang zullen plaatsvinden, zal dit tot gevolg hebben dat archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd.