Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.1

Snoeien bomen

Onderdeel van Groenbeheerplan 2020 - 2026

Het snoeien van bomen wordt in drie categorieën ingedeeld. Begeleidingssnoei: Hierbij worden voornamelijk takken uit de tijdelijke kroon gesnoeid. Tijdelijke kroon wil zeggen het gedeelte van de kroon dat in de loop van de jaren zal verdwijnen door het opkronen van de stam. Onderhoudssnoei: Vanaf het moment dat een boom de benodigde opkroonhoogte bereikt heeft valt een boom in de onderhoudssnoei. Opkronen is derhalve niet meer nodig en het onderhoud bestaat uit het verwijderen van (potentiële) probleemtakken in de blijvende kroon. Vormsnoei: Hieronder vallen bomen zoals Leibomen, Kandelaberbomen en Knotbomen. Daarnaast geldt voor begeleidings- en onderhoudssnoei dat er een onderscheid in de volgende klassen te maken is: Aanvaard boombeeld: Onderhoudstoestand is goed, geen noodzaak tot snoeien Achterstallig boombeeld: Met 1 snoeibeurt (maximaal 20% van bladmassa) krijgt de boom een aanvaard boombeeld. Verwaarloosd boombeeld: Er zijn minimaal 2 snoeibeurten (20-40% van de bladmassa per beurt) nodig om de boom een aanvaard boombeeld te geven.

Rechtspraak bij dit artikel