Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Structurele beperking en tijdelijke beperking

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer 2022

In de definitiebepalingen wordt een leerling met een beperking gedefinieerd als: een leerling met een beperking: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. Onder een structurele beperking wordt een beperking verstaan die blijvend of langdurig is. Denk hierbij aan een chronische ziekte. Leerlingen met tijdelijke beperkingen die korter duren dan drie maanden komen niet in aanmerking voor leerlingenvervoer. Het college kan wel leerlingenvervoer bekostigen voor leerlingen met een tijdelijke beperking die langer duurt dan 3 maanden. Leerlingen die beperkingen ervaren die langer dan drie maanden duren kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor leerlingenvervoer. Voorbeelden zijn een leerling die een zware operatie moet ondergaan of bijvoorbeeld een meervoudige ledematenbreuk heeft opgelopen, met als gevolg dat hij of zij een groot gedeelte van het schooljaar afhankelijk is van rolstoel en/of krukken vanwege herstel of revalidatie. In dat geval kan voor een leerling die een beperking ervaart die langer duurt dan drie maanden een beschikking af worden gegeven voor de duur van het herstel en/of de revalidatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. De verwachte periode van de langdurige tijdelijke beperking dient aangetoond te worden door middel van schriftelijke verklaringen van bijvoorbeeld medische specialisten of een behandelend arts. Het college behoudt zich te allen tijde het recht voor het advies van andere deskundigen bij de beoordeling te betrekken; 2. Vervoer wordt niet toegekend voor een volledig schooljaar, maar voor een beperkte periode afhankelijk van de aard en de ernst van de beperking; 3. Het vervoer vindt plaats in aansluiting op de reguliere begin- of eindtijd van de school volgens de schoolgids. Indien er in geval van opbouw in aantal lesuren geen aansluiting kan zijn bij de reguliere vervoersmomenten, is het benodigde vervoer op de afwijkende tijden de verantwoording van de ouders/verzorgers; 4. Als de leerling weer zelf met het openbaar vervoer of de fiets kan, heeft de leerling geen recht meer op leerlingenvervoer. De ouders/verzorgers moeten van een dergelijke wijziging in omstandigheden het college onmiddellijk op de hoogte stellen. Het college trekt het besluit tot bekostiging dan in op grond van artikel 7, vierde lid, onder a, van de Verordening. 5. Het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 15 van Verordening en artikel 1 en 3 van de beleidsregels blijft onverminderd van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel