Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Onaanvaardbaar wangedrag

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer 2022

Het college kan een toekenningsbesluit, op grond van artikel 7, vierde lid, d en e, van de verordening herzien, opschorten of intrekken indien er sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer of het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer. Het gaat om meldingen van ouders/verzorgers/leerlingen over medeleerlingen die zich niet behoorlijk gedragen, maar ook om meldingen van de vervoerder over leerlingen. Hoofdregel is dat de ouders/verzorgers van de leerling te allen tijde verantwoordelijk zijn voor het gedrag van de leerling. Voorbeelden van onaanvaardbaar wangedrag of het creëren van een onveilige situatie zijn, in ieder geval het niet naleven van de busregels (uitgereikt bij de beschikking) en daarnaast, niet uitputtend: Onbehoorlijke gedragingen van de leerling in de richting van medeleerlingen en de chauffeur, zoals uitschelden, pestgedrag en bedreigend gedrag; De chauffeur belemmeren in de veilige uitoefening van zijn taak; Ongewenste fysieke contacten tussen leerling en medeleerling en tussen de leerling en de chauffeur, zoals duwen, slaan, enzovoort; Het meenemen en gebruiken van voorwerpen die niet gebruikelijk zijn voor een naar schoolgaande minderjarige leerling; Vernieling van het vervoersmiddel of de eigendommen van een medeleerling; Het gebruik van alcohol of drugs gedurende het vervoer. Naast toepassing van het incidentenprotocol van de vervoerder geldt onderstaand protocol bij constatering van dergelijk gedrag: Fase 1 De ouders/verzorgers/leerlingen en de chauffeur melden wangedrag bij de vervoerder; En/of de chauffeur meldt het wangedrag bij de werkgever; De vervoerder past het incidentenprotocol van de vervoerder toe, meldt het bij de gemeente en lost indien mogelijk het probleem op; Lukt dit niet, dan meldt de vervoerder dit bij de gemeente; De medewerker leerlingenvervoer van de gemeente onderzoekt de melding en gaat in overleg met de vervoerder en de ouders/verzorgers van de leerling en/of school; Er wordt gezocht naar een oplossing zoals bijvoorbeeld een andere plaats in de bus of de ouders/verzorgers verplichten te zorgen voor een meerijdende begeleider. Fase 2 Bij een volgende of voortdurende melding volgt wederom een onderzoek als bedoeld onder 5. Bij een terechte melding volgt een schriftelijke waarschuwing en mogelijk het verplicht stellen van een meerijdende begeleider als bedoeld onder 6 van fase 1; Als na de waarschuwing geen (gedrags-)verbetering plaatsvindt volgt opschorting van het besluit voor een periode van één volle schoolweek. De leerling mag in die week geen gebruik maken van het leerlingenvervoer. De Leerplichtwet blijft onverkort van kracht. Ouders/verzorgers dienen zelf voor het vervoer van hun kind zorg te dragen. De kosten die hieraan verbonden zijn, zijn voor de ouders/verzorgers; Bij een volgende of voortdurende melding kan het college het besluit tot bekostiging van het vervoer intrekken, waardoor de leerling volledig wordt uitgesloten van het vervoer voor een nader te bepalen periode. Fase 3 Wanneer er sprake is van buitensporig wangedrag waarbij anderen direct in gevaar worden gebracht of anderen buitensporig respectloos worden behandeld, kan het college zonder het doorlopen van bovengenoemd protocol en zonder schriftelijke waarschuwing het besluit tot bekostiging onmiddellijk opschorten voor een periode van één volle schoolweek. Het bepaalde onder 8 van fase 2, is onverkort van toepassing. Gedurende deze periode wordt het incident geëvalueerd met de betrokken partijen. Gelet op de aard en ernst van het incident en de mogelijkheden op verbetering van het gedrag neemt het college een besluit over het verplicht stellen van een meerijdende begeleider, het opschorten van de beschikking, dan wel het intrekken van de beschikking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel