Naar hoofdinhoud

Artikel Uitgangspunten van beleid

Artikel Uitgangspunten van beleid

Onderdeel van Nota Standplaatsenbeleid gemeente Beesel

Bij het beoordelen van aanvragen om een standplaatsvergunning wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten van beleid: Het onderhavige beleid is van toepassing op aanvragen om standplaatsvergunningen. Het onderhavige beleid is niet van toepassing op aanvragen voor het innemen van een standplaats op de weekmarkt, op een bijzondere markt, welke buiten de reguliere weekmarkt wordt gehouden, en tijdens een evenement. Bijzondere markten, welke buiten de reguliere weekmarkt worden gehouden, worden beschouwd als een evenement en er dient een evenementenvergunning op grond van de APV voor aangevraagd te worden. Het innemen van een standplaats op dergelijke markten valt onder de evenementenvergunning van de betreffende markt. Het aanwijzen van de locaties, waar standplaatsen mogen worden ingenomen, voorkomt dat her en der in de gemeente standplaatsen worden ingenomen. De producten die vanaf de standplaatsen verkocht mogen worden beperken zich tot de volgende branches: versproducten, eet- en drinkwaren, bloemen en planten. De standplaatslocaties mogen geen overlast voor de omgeving en/of de omwonenden veroorzaken. De standplaatslocaties mogen geen gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren. De standplaatsen dienen op een visueel verantwoorde wijze te worden ingenomen en de kraam of mobiele verkoopgelegenheid dient in een goede staat van onderhoud te verkeren en een visueel verantwoorde uitstraling te hebben, zulks van te voren aan te tonen middels foto's en ter beoordeling door het college. De standplaats mag een maximale oppervlakte van 30 m2 innemen en mag slechts ingenomen worden door de kraam of de mobiele verkoopgelegenheid. Indien het (motor)voertuig, benodigd voor het vervoer van de kraam of de mobiele verkoopgelegenheid, geen integraal deel uitmaakt van de kraam of de mobiele verkoopgelegenheid, dient dit op een daartoe bestemde plaats te worden geparkeerd. Afwijken van het gestelde onder punt 9 is mogelijk indien de aanwezigheid van het (motor)voertuig op de standplaats noodzakelijk is voor een goed verloop van de op de standplaats aangeboden producten, dit ter beoordeling door het college. De gemeente mag geen nulbeleid met betrekking tot het aantal te verlenen standplaatsvergunningen voeren.

Rechtspraak bij dit artikel